Penitentiair strafrecht
TBS. Vernietigen. Het hof stelt vast dat volgens de meest recente informatie van de reclassering de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juli 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6034 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/penitentiair-strafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-6034
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 september 2026
- Zaaknummer
- P26/51
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Penitentiair strafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6034
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TBS. Vernietigen. Het hof stelt vast dat volgens de meest recente informatie van de reclassering de terbeschikkinggestelde inmiddels voldoende sociaal maatschappelijk en in nazorg is ingebed en dat de reclassering vindt dat het recidiverisico laag is en dat zij geen verdere interventies ziet die bij een verlenging het recidiverisico verder omlaag zouden kunnen brengen. Afwijzen vordering openbaar ministerie.
Uitspraak
TBS P26/51
Beslissing van 2 juli 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1994,
onder verantwoordelijkheid van [instelling] ,
wonende te [woonadres] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 22 januari 2026. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en afwijzing van het verzoek tot aanhouding om de mogelijkheden van een beëindiging van de terbeschikkingstelling te onderzoeken.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 26 januari 2026 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van [instelling] van 24 maart 2026;
- het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting van het hof van 9 april 2026.
Het hof heeft ter zitting van 18 juni 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. R.J.A. Segerink, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. N.M. van Wersch, advocaat te Amsterdam.
Het hof heeft ter zitting tevens gehoord als deskundige, [deskundige] , reclasseringswerker bij [instelling] .
Overwegingen
Het advies van de reclassering
De reclassering heeft in haar aanvullend advies van 24 maart 2026, anders dan in het verlengingsadvies van 25 november 2025, geadviseerd om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een jaar. Sinds de terbeschikkinggestelde in [plaatsnaam] woont, heeft hij een positieve ontwikkeling laten zien. Hij is rustiger en meer open. Hij is gemotiveerd en hij heeft een baan. Sinds november 2025 staat hij onder behandeling bij de forensische polikliniek [kliniek] . Dit verloopt goed en ook daar laat hij een open houding zien. Verder staat hij op de wachtlijst voor schematherapie. Om een goede maatschappelijke inbedding te bereiken, acht de reclassering een verlenging met een jaar op zijn plaats.
Ter zitting heeft de deskundige [deskundige] verklaard dat de reclassering, in afwijking van het aanvullend advies van 24 maart 2026, geen noodzaak meer ziet om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen. De terbeschikkinggestelde heeft sinds zijn komst naar [plaatsnaam] een positieve ontwikkeling laten zien. Zijn coping is goed en ook zijn sociale inbedding verloopt goed. Hij geniet veel steun van zijn familie. Hij is in de contacten met de reclassering open over hetgeen hem bezighoudt. Ook was hij open over een relatie die hij enige tijd met een vrouw had, maar die inmiddels is beëindigd. Momenteel volgt hij schematherapie bij [kliniek] . Hij zit in de basisgroep. Over vier weken sluit hij deze af en komt er een advies van [kliniek] of een vervolg nog nodig zou zijn. De reclassering schat het recidiverisico als laag in. Een verlenging van de terbeschikkingstelling is niet nodig om het recidiverisico verder te verlagen. Ook een vervolg op de huidige schematherapie zal het recidive risico niet lager maken. De reclassering adviseert daarom - in afwijking van de eerdere adviezen - om de vordering van de officier van justitie af te wijzen.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft de afgelopen maanden een positieve ontwikkeling laten zien. Door zowel psychiater [psychiater] als door de reclassering wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Verder volgt uit het rapport van psychiater [psychiater] van 22 oktober 2025 dat voor een goede sociaal-maatschappelijke inbedding en inbedding in de nazorg waarschijnlijk minder tijd nodig is dan een jaar, maar dat de wettelijke termijnen maken dat het niet mogelijk is om een kortere verlenging dan een jaar te adviseren. De terbeschikkinggestelde heeft de afgelopen periode laten zien dat zijn sociaal-maatschappelijke inbedding snel is gegaan. De deskundige van de reclassering heeft op zitting in hoger beroep verklaard een verlenging niet meer noodzakelijk te achten, omdat hierdoor het bestaande lage recidiverisico niet nog lager zal worden. Kortom, er is op grond van de stukken in het dossier geen rechtvaardiging meer om de maatregel te verlengen. De raadsman heeft verzocht de terbeschikkingstelling te beëindigen en de vordering van de officier van justitie alsnog af te wijzen.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De rechtbank heeft destijds overwogen dat de terbeschikkinggestelde weliswaar een positieve ontwikkeling heeft laten zien, maar dat hij nog tijd nodig heeft om verdere stabiliteit te verkrijgen. Sinds zijn verhuizing vanuit [plaatsnaam] naar [plaatsnaam] bevindt hij zich in een nieuwe omgeving en het is van belang dat binnen deze nieuwe situatie een zorgvuldige sociaal-maatschappelijke inbedding wordt gerealiseerd. Uit de update van de reclassering volgt dat de terbeschikkinggestelde zijn positieve ontwikkeling heeft voortgezet en dat het contact met hem goed is. In januari 2026 heeft psychiater [psychiater] nog geadviseerd de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen. Ook de reclassering heeft dat drie maanden geleden nog geadviseerd. De advocaat-generaal concludeert op grond hiervan tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep en verlenging van de maatregel met een jaar.
Het oordeel van het hof
De rechtbank heeft bij de beslissing van 22 januari 2026 overwogen dat het op dat moment prematuur was om de maatregel te beëindigen. De terbeschikkinggestelde was net verhuisd naar [plaatsnaam] en hij moest het vertrouwen met de (nieuwe) reclassering nog opbouwen en openheid van zaken geven. Daarom heeft de rechtbank toen de maatregel met een jaar verlengd. Inmiddels is er bijna een half jaar verstreken en is de terbeschikkinggestelde blijkens de rapportages, ondanks de veranderingen, stabiel gebleven. Ter zitting is het hof gebleken dat de reclassering thans een verlenging niet noodzakelijk acht.
Psychiater [psychiater] heeft in zijn rapport van 22 oktober 2025 geconcludeerd dat het recidiverisico substantieel is verlaagd en dat onder de huidige omstandigheden - in de context ‘in zorg’ en binnen het kader van het maatregel – het risico als laag wordt ingeschat. Hij schat in dat ook zonder een tbs-kader het risico niet snel zal oplopen, dankzij de positieve veranderingen. Het risico zal pas oplopen naar hoogstens matig, als een langere periode van sociaal isolement en het wegvallen van steun ontstaat. Om dat te voorkomen is nodig dat betrokkene adequaat ingebed wordt in zijn nieuwe woonomgeving. Dit bracht psychiater [psychiater] ertoe om ongeveer acht maanden geleden te adviseren de maatregel met één jaar te verlengen. Daarbij werd wel de kanttekening gemaakt dat waarschijnlijk minder dan één jaar nodig zou zijn voor een goede sociaal-maatschappelijke inbedding en inbedding in nazorg van betrokkene.
Het hof stelt vast dat volgens de meest recente informatie (ter zitting verkregen via deskundige [deskundige] ) van de reclassering de terbeschikkinggestelde inmiddels voldoende sociaal maatschappelijk en in nazorg is ingebed en dat de reclassering vindt dat het recidiverisico laag is en dat zij geen verdere interventies ziet die bij een verlenging het recidiverisico verder omlaag zouden kunnen brengen.
Het hof is op grond van het bovenstaande van oordeel dat inmiddels de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling vereist en dat daarom de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 22 januari 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde].
Wijst af de vordering van het openbaar ministerie.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. K. Gilhuis en mr. J. Steenbrink, raadsheren,
en drs. I. van Outheusden en dr. E.L.M. Klein Haneveld, raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis, griffier,
en op 2 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.