Penitentiair strafrecht

Vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 september 2026

Zaakgegevens

Op 17 september 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
17 september 2026
Datum publicatie
22 oktober 2026
Zaaknummer
P26-141
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:6804
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vernietiging van de beslissing van de rechtbank. Het hof verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. De kliniek heeft geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Anders dan de rechtbank sluit het hof niet aan bij dit advies. Het hof constateert dat de terbeschikkinggestelde positieve stappen heeft gezet in een zeer langdurig terbeschikkingstellingstraject. Er zullen in de komende periode nog belangrijke en mogelijk spannende stappen gezet gaan worden in het resocialisatietraject. Hoewel niet ter discussie staat dat de maatregel zelf nog ten minste twee jaar zal duren, acht het hof het wel gewenst om op een eerder moment te bezien of er mogelijkheden zijn voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het hof neemt hierbij in aanmerking de lange duur van het terbeschikkingstellingstraject via de LFPZ in combinatie met de goede vooruitgang die hij heeft geboekt als ook de omstandigheid dat het proefverlof inmiddels is gaan lopen.

Uitspraak

TBS P26/141

Beslissing van 17 september 2026

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,

verblijvende in [de kliniek] (hierna: de kliniek),

verder te noemen de terbeschikkinggestelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2026. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van 26 maart 2026 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;

- de aanvullende informatie van de kliniek van 18 augustus 2026, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 3 maart 2026 tot 20 mei 2026;

- een e-mailbericht van de behandelrapporteur van de kliniek van 27 augustus 2026 met een gecorrigeerde versie van de aanvullende informatie.

Het hof heeft ter zitting van 3 september 2026 gehoord de [advocaat-generaal]

, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn advocaat,

mr. M.A.I. Witlox, advocaat te Amsterdam.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De advocaat heeft verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Bij de volgende verlengingszitting kan worden bekeken of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een mogelijkheid is. Zeker in het licht van het langdurige traject via de Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (hierna: LFPZ), heeft de terbeschikkinggestelde in de afgelopen periode veel vooruitgang geboekt. Gelet op de lange duur van de terbeschikkingstelling, het indexdelict (poging tot zware mishandeling), de overige omstandigheden en het advies van [de psychiater] is het de vraag of nog wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Aan de wettelijke eisen tot verlenging van de terbeschikkingstelling is voldaan. Er wordt toegewerkt naar een verhuizing naar Regionale Instelling voor Beschermd Wonen Fonteynenburg (hierna: Fonteynenburg). Het traject daar zal ook nog de nodige tijd in beslag nemen voordat er kan worden gekeken of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege een mogelijkheid is. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is voor nu dan ook aangewezen.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de termijn van de verlenging van de terbeschikkingstelling.

Indexdelicten

Het gerechtshof ‘s-Gravenhage heeft aan de terbeschikkinggestelde bij arrest van

29 januari 1993 de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd voor poging tot zware mishandeling. Dit is een misdrijf die is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een personen. De maatregel is daarom niet in duur beperkt.

Stoornis en recidivegevaar

Uit het verlengingsadvies van 22 december 2025 volgt dat de terbeschikkinggestelde is gediagnosticeerd met schizofrenie en een autisme spectrumstoornis. De terbeschikkinggestelde is structuurbehoeftig, heeft zeer beperkte probleemoplossende vermogens, een beperkte frustratietolerantie en een beperkte realiteitstoetsing.

De kliniek schat het risico op recidive in gewelddadig gedrag bij het volledig wegvallen van het kader van de terbeschikkingstelling in als matig. Hoewel verwacht wordt dat de terbeschikkinggestelde enige steun vanuit zijn netwerk behoudt, is de kans groot dat hij psychiatrisch ontregelt wanneer hij zich afgewezen voelt of overprikkeld raakt. Op de middellange termijn neemt dan het risico op fysiek gewelddadig gedrag toe richting personen door wie hij zich benadeeld voelt.

Het hof neemt de conclusies van de kliniek over en maakt die tot de zijne.

Verlenging

Op grond van deze gegevens stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van stoornissen en dat vanwege het recidivegevaar de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling vereist.

Duur van de verlenging

De kliniek heeft geadviseerd tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar. Anders dan de rechtbank sluit het hof niet aan bij dit advies. De terbeschikkinggestelde verblijft in een zogenoemde HAT-woning van [locatie] , de longcare voorziening van de [de kliniek] . Over het algemeen functioneert hij hier psychiatrisch stabiel en naar tevredenheid. Hij volgt zijn dagprogramma trouw, werkt met plezier bij de supermarkt op het terrein van GGz Centraal en verblijft wekelijks met overnachtingen bij zijn pleegouders. Het contact met het behandelingsteam verloopt naar behoren. De terbeschikkinggestelde is onlangs (24 juli 2026) gestart met proefverlof. Hiermee is een volgende stap gezet binnen zijn resocialisatietraject, waarbij verder wordt toegewerkt naar een overplaatsing naar Fonteynenburg. Er is inmiddels regelmatig contact met Fonteynenburg en zij sluiten onder meer aan bij behandelevaluaties. Van een concrete verhuisdatum is nog geen sprake. De terbeschikkinggestelde dient goed te worden ingebed bij Fonteynenburg. Het is daarbij van belang dat hij psychiatrisch stabiel blijft functioneren en de samenwerking met de betrokken begeleiding naar behoren verloopt. Bij een goed verloop, wordt beoogd toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

Al met al constateert het hof dat de terbeschikkinggestelde positieve stappen heeft gezet in een zeer langdurig terbeschikkingstellingstraject. Er zullen in de komende periode nog belangrijke en mogelijk spannende stappen gezet gaan worden in het resocialisatietraject, zoals de overplaatsing naar Fonteynenburg. Hoewel niet ter discussie staat dat de maatregel zelf nog ten minste twee jaar zal duren, acht het hof het wel gewenst om op een eerder moment te bezien of er mogelijkheden zijn voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het hof neemt hierbij in aanmerking de lange duur van het terbeschikkingstellingstraject via de LFPZ in combinatie met de goede vooruitgang die hij heeft geboekt als ook de omstandigheid dat het proefverlof inmiddels is gaan lopen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. M.J. Vos, raadsheren,

en dr. W.J. Canton en drs. A.W.T.M. Vissers, raden,

in aanwezigheid van mr. R. Kaatman, griffier,

en op 17 september 2026 in het openbaar uitgesproken.

Mr. Mintjes en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.