Penitentiair strafrecht
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 september 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6806 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/penitentiair-strafrecht/raadkamer/ecli-nl-gharl-2026-6806
Zaakgegevens
Op 3 september 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 3 september 2026
- Datum publicatie
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- P26-148
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Penitentiair strafrecht
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6806
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Gezien het verloop van het traject acht het hof het wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt. Het hof acht het van belang dat de reclassering zo spoedig mogelijk wordt betrokken.
Uitspraak
TBS P26/148
Beslissing van 3 september 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[Terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
verblijvende in [Instelling] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 10 maart 2026. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- de processen-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 13 maart 2026 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van Trajectum van 28 juli 2026, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van het eerste en tweede kwartaal van 2026.
Het hof heeft ter zitting van 20 augustus 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door mr. P.A. Verhoeven, advocaat te 's-Hertogenbosch.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is van mening dat de maatregel ten onrechte is opgelegd en dat er een einde aan moet komen. Hij wil graag weer toekomstperspectief hebben. De terbeschikkinggestelde geeft aan dat hij altijd zijn best doet, maar dat hij het gevoel heeft dat het nooit goed genoeg is. Zijn ouders en familie wonen in [land] en hoewel hij al onbegeleid met verlof mag kan hij hen vanwege de maatregel daar niet bezoeken. De terbeschikkinggestelde wil zijn leven weer oppakken, hij wil rechten gaan studeren zodat hij weer kan functioneren in de maatschappij.
De advocaat heeft primair verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen, met door het hof te bepalen voorwaarden. De terbeschikkinggestelde laat inmiddels een veel stabieler beeld zien. Er is alleen sprake van een hoog recidive-risico bij onvoldoende ondersteuning.
Indien het hof zich hierover onvoldoende voorgelicht acht, heeft de advocaat subsidiair verzocht nader advies in te winnen over de aan een voorwaardelijke beëindiging te stellen voorwaarden.
Meer subsidiair heeft de advocaat verzocht de maatregel te verlengen met één jaar in plaats van met twee jaren.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Aan de wettelijke criteria voor verlenging van de maatregel is voldaan. Er is sprake van een stoornis en het recidiverisico is hoog. De terbeschikkinggestelde maakt mooie stappen, maar de kliniek heeft tijd nodig zodat de terbeschikkinggestelde meer zelfstandigheid kan ontwikkelen. Ook moet het verlof nog worden uitgebreid en men moet op termijn op zoek naar een geschikte woonplek. Daar is tijd voor nodig en daarom is een verlenging met twee jaren aangewezen.
Het oordeel van het hof
Afwijzing verzoeken
Het hof acht het nog te vroeg om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen en zal het daartoe strekkende verzoek afwijzen.
Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt daarom eveneens afgewezen.
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het Hof van beroep te Antwerpen van 17 maart 2014 is veroordeeld voor zware mishandeling met voorbedachte raad, mishandeling en bedreiging. De terbeschikkinggestelde is veroordeeld tot een interneringsmaatregel van onbepaalde duur. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 24 september 2015 geoordeeld dat deze opgelegde vrijheidsbenemende maatregel dient te worden aangepast tot de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Daarbij heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat sprake is van een geweldsmisdrijf in de zin van artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van Trajectum van 19 november 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een autismespectrumstoornis, een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis met een oppervlakkig affect en achterdocht en een depressieve stoornis.
Uit ditzelfde advies volgt dat het recidiverisico in geval van beëindiging van het toezicht of maatregel als hoog wordt ingeschat. Indien de terbeschikkinggestelde in de maatschappij zou moeten functioneren zonder professionele begeleiding, is de kans groot dat hij opnieuw overvraagd zal worden en door het niet kunnen hanteren van stresserende omstandigheden en interne prikkels zal vervallen in delictgedrag.
Verlenging
Gelet op de adviezen van Trajectum en de andere omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval – anders dan de rechtbank – aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het hof acht het gezien het verloop van het traject van de terbeschikkinggestelde wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt om de voortgang van het traject te kunnen bezien en ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar. Het hof acht het van belang dat de reclassering zo spoedig mogelijk wordt betrokken, waarbij bijzondere aandacht dient te worden besteed aan het lange-termijn-perspectief waarin de terbeschikkinggestelde terug zal keren naar (zijn familie in) [land] .
BESLISSING
Het hof:
Wijst af het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Wijst af het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag, van 10 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [Terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. S. Kropman, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 3 september 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.