Penitentiair strafrecht
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:2854 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/penitentiair-strafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-2854
Zaakgegevens
Op 7 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 7 mei 2026
- Datum publicatie
- 8 mei 2026
- Zaaknummer
- P25/396
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Penitentiair strafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:2854
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof acht het gezien het verloop van het traject van de terbeschikkinggestelde wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt om de voortgang van het traject te kunnen bezien en ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar. Daarbij neemt het hof in overweging dat de terbeschikkinggestelde de behandeling al grotendeels heeft doorlopen.
Uitspraak
TBS P25/396
Beslissing van 7 mei 2026
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [instelling] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 november 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren en de afwijzing van het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 9 december 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
- de aanvullende informatie van FPC [instelling] van 2 april 2026, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 21 maart 2025 tot en met 31 maart 2026;
- de aanvullende informatie van FPC [instelling] van 13 april 2026:
- de (ongedateerde) brief van de partner van de terbeschikkinggestelde.
Het hof heeft ter zitting van 23 april 2026 gehoord de advocaat-generaal, mr. G.L.A.M. van Doveren, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. K. Moors, advocaat te Nuth.
Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde wil dat onderzoek gedaan wordt naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en is het niet eens met de verlenging met twee jaren. De terbeschikkinggestelde heeft recent positief gescoord op het gebruik van spice. Hij geeft als verklaring daarvoor dat dit in een vape moet hebben gezeten die hij van een klasgenoot heeft gebruikt. De terbeschikkinggestelde was er niet van op de hoogte dat hier middelen in zaten. Ondanks dat hij niet willens en wetens middelen heeft gebruikt, neemt hij hier wel zijn verantwoordelijkheid voor. Als gevolg hiervan is de geplande behandelplanbespreking uitgesteld. De terbeschikkinggestelde zou graag zien dat zijn traject voortvarender gaat verlopen. Toen hij werd overgeplaatst naar FPC [instelling] was het de bedoeling dat zijn transmurale verlof opnieuw zou worden aangevraagd, maar dit is tot op heden niet gebeurd. De terbeschikkinggestelde is daar teleurgesteld over.
De raadsman heeft primair verzocht de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar en de beslissing ten aanzien van de verpleging van overheidswege aan te houden en de reclassering de opdracht te geven de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te onderzoeken. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Aan de wettelijke criteria voor verlenging van de maatregel is voldaan. Het is niet te verwachten dat de resocialisatie binnen een jaar volledig is afgerond. Ondanks dat de terbeschikkinggestelde op de goede weg is, is een verlenging met twee jaren daarom aangewezen.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 28 maart 2011 is veroordeeld voor:
-
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;
-
diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
-
de voortgezette handeling van afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen;
-
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven bericht en
-
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling.
Dit zijn misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van FPC [instelling] van 9 september 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische en borderline kenmerken en stoornissen in het gebruik van alcohol en cannabis. Tevens is sprake van trekken van psychopathie.
Uit ditzelfde advies volgt dat het recidiverisico in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling als matig wordt ingeschat op korte termijn en als hoog op lange termijn. Bij het wegvallen van het huidige kader is de kans groot dat het de terbeschikkinggestelde niet lukt om op een adequate manier met zijn emoties en spanningen om te gaan. Dit zal leiden tot een toename in onduidelijkheid, spanningen en zucht of gebruik en daardoor tot een toename in antisociaal gedrag.
Verlenging
Gelet op de adviezen van FPC [instelling] en de andere omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval – anders dan de rechtbank – aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het hof acht het gezien het verloop van het traject van de terbeschikkinggestelde wenselijk dat op kortere termijn een toetsingsmoment plaatsvindt om de voortgang van het traject te kunnen bezien en ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar. Daarbij neemt het hof in overweging dat de terbeschikkinggestelde de behandeling al grotendeels heeft doorlopen. Op dit moment acht het hof het nog prematuur om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te doen onderzoeken, maar acht het hof het wel gewenst dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting rapporteert over de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, waarbij onder meer beschermende factoren alsmede (on)mogelijkheden van het leggen van meer regie bij de terbeschikkinggestelde worden betrokken.
Aan deze verlenging met één jaar mag de terbeschikkinggestelde overigens niet de verwachting ontlenen dat na afloop van dit jaar de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zal worden beëindigd of de terbeschikkingstelling opnieuw slechts met één jaar zal worden verlengd.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 25 november 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Wijst af het verzoek tot aanhouding om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te onderzoeken.
Aldus gedaan door
mr. S. Taalman, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos, raadsheren,
en dr. W.J. Canton en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 7 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.