Strafprocesrecht
Bestemmingsverkeer. Reisdoel.
ECLI:NL:GHARL:2018:9208 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2018-9208
Zaakgegevens
Op 22 oktober 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2018
- Datum publicatie
- 22 oktober 2018
- Zaaknummer
- WAHV 200.196.208
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:9208
Samenvatting
Bestemmingsverkeer. Reisdoel.
Uitspraak
Inhoudsopgave
WAHV 200.196.208
22 oktober 2018
CJIB 187229689
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 6 juni 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
advocaat te [C] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Vervolgens heeft de gemachtigde zich namens de betrokkene gesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd ter zake van “handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen; weg(gedeelte) bestemd voor bepaalde categorie voertuigen”, welke gedraging zou zijn verricht op 23 januari 2015 om 18:44 uur op de Zon en Maanstraat te Hilversum met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
2. De betrokkene betwist dat hij de gedraging heeft verricht. De betrokkene runt een restaurant in de [a-straat] . Op de avond in kwestie moest hij een bestelling afleveren in de Zon en Maanstraat. Hij kwalificeerde dus als bestemmingsverkeer. Het afleveradres bevond zich aan het einde van de Zon en Maanstraat. Daar aangekomen constateerde de betrokkene dat hij de doorgang in deze smalle straat zou belemmeren door daar te blijven staan, dus hij besloot de straat uit te rijden en enkele meters verderop te parkeren op de Brinkweg. Vervolgens is hij teruggelopen naar de Zon en Maanstraat om de bestelling af te leveren.
3. Vaststaat dat de betrokkene de Zon en Maanstraat is ingereden, een weg die is voorzien van het verkeersbord C1 (verboden in te rijden), met een onderbord dat bestemmingsverkeer uitzondert. De vraag is dus of de betrokkene als bestemmingsverkeer kon worden aangemerkt.
4. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat dit niet het geval was.
De betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn reisdoel in de Zon en Maanstraat was gelegen. Voor zover hij dit wel aannemelijk heeft gemaakt, is hij nog steeds geen bestemmingsverkeer, nu dit reisdoel ook anders te bereiken is.
5. De definitie van bestemmingsverkeer is opgenomen in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990):
‘bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen’.
6. Het hof acht aannemelijk geworden dat de betrokkene, zoals hij van meet af aan heeft gesteld, een bestelling moest afleveren in de Zon en Maanstraat. Zijn reisdoel was dus in die straat gelegen. Anders dan de advocaat-generaal betoogt, maakt het enkele feit dat de betrokkene uiteindelijk, om geen hinder te veroorzaken, besloot om zijn reisdoel voorbij te rijden en enkele meters verderop te parkeren, niet dat hij daardoor niet langer als bestemmingsverkeer kan worden aangemerkt.
7. Gelet op het voorgaande is de gedraging niet verricht. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking, vernietigen. De overige bezwaren van de betrokkene hoeven geen bespreking meer.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 187229689 de administratieve sanctie is opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.