Strafprocesrecht
Rechts inhalen waar dat is verboden. Was er sprake van fileverkeer, zodat ook aan de rechterzijde mocht…
ECLI:NL:GHARL:2019:6311 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2019-6311
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2019 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2019
- Datum publicatie
- 5 augustus 2019
- Zaaknummer
- WAHV 200.250.348
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:6311
Samenvatting
Rechts inhalen waar dat is verboden. Was er sprake van fileverkeer, zodat ook aan de rechterzijde mocht worden ingehaald? Het hof acht dat niet aannemelijk. Dat de betrokkene moest kiezen tussen het opvolgen van twee geboden en daardoor sprake was van een conflict van plichten, volgt het hof niet. Niet doorgaan bij groen licht is geen gebod of verbod als bedoeld in artikel 62 RVV 1990 en is niet strafbaar gesteld in artikel 92, eerste lid,
RVV 1990. Dat het gevaarlijk zou zijn geweest voor andere weggebruikers om te remmen, is ook niet aannemelijk geworden.
Uitspraak
Inhoudsopgave
WAHV 200.250.348
5 augustus 2019
CJIB 214426673
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 12 oktober 2018
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “rechts inhalen waar dat is verboden”, welke gedraging zou zijn verricht op 8 februari 2018 om 17:40 uur op de Vaanweg te Rotterdam met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. De betrokkene is van mening dat rechts inhalen onder de toenmalige omstandigheden was toegestaan en geen overtreding oplevert. Deze omstandigheden hielden in dat de voertuigen op de linkerbaan slechts 25 km per uur reden en zich daar een file vormde, terwijl het licht op de kruising op groen was gesprongen en de betrokkene daaraan gevolg wilde geven. Volgens de betrokkene houdt artikel 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin wordt uitgelegd dat groen licht betekent doorgaan, een gebod op in de zin van artikel 62 RVV 1990. Overtreding van deze bepaling is strafbaar gesteld in artikel 92 van het RVV 1990. Er was dan ook sprake van een conflict van plichten. De kantonrechter heeft aan dit verweer geen aandacht geschonken. Om het rechts inhalen te voorkomen, had hij bovendien onnodig af moeten remmen. Dit lijkt de betrokkene niet de bedoeling. Daarnaast klopt de verklaring van de ambtenaar niet. De betrokkene is inderdaad van rijstrook 2 naar rijstrook 1 gegaan, maar dat was op de Vaanweg na het kruisingsvlak. De ambtenaar heeft een onjuiste pleeglocatie genoteerd. De vermeende overtreding heeft plaatsgevonden op de Strevelsweg en niet op de Vaanweg.
3. De onder 1. genoemde gedraging is een overtreding van artikel 11 van het RVV 1990. Dit artikel luidt, voor zover hier relevant:
"1. Inhalen geschiedt links.
2. Bestuurders die links voorgesorteerd hebben en te kennen hebben gegeven dat zij naar links willen afslaan, worden rechts ingehaald.
(…)
4. Bestuurders die zich rechts van een blokmarkering bevinden mogen bestuurders die zich links van deze markering bevinden rechts inhalen.
5. Bestuurders mogen trams rechts inhalen."
4. Artikel 13 van het RVV 1990 luidt:
"1. Bij fileverkeer behoeft, indien de rijbaan is verdeeld in rijstroken in dezelfde richting, niet de meest rechts gelegen rijstrook te worden gevolgd.
2. Files mogen aan de rechterzijde worden ingehaald."
5. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast de volgende verklaring van de ambtenaar:
"Ik zag dat bestuurder via rijstrook 2 de bestuurder van rijstrook 1 met hoge snelheid inhaalde en vervolgens terugging naar rijstrook 1."
7. In het zaakoverzicht is tevens de verklaring van de betrokkene opgenomen zoals afgelegd bij staandehouding:
"Ik weet dat ik rechts inhaalde. De auto die ik inhaalde bleef onnodig links rijden. Daarom ging ik er rechts voorbij. Ik had haast."
8. Uit de verklaring van de ambtenaar die de gedraging heeft waargenomen, blijkt niet van een file. Ook spreekt de betrokkene daar niet over bij zijn staandehouding. Het standpunt van de betrokkene dat sprake was van filevorming en dat daarom rechts mocht worden ingehaald, is onvoldoende aannemelijk gemaakt, noch is sprake van een van de andere hierboven genoemde uitzonderingen op het gebod van artikel 11, eerste lid, van het RVV 1990. Nu de betrokkene erkent voertuigen rechts te hebben ingehaald, staat vast dat de onderhavige gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof thans te beoordelen of er desondanks reden is tot het achterwege laten van de sanctie.
9. De betrokkene meent dat hij de juiste keuze heeft gemaakt tussen het opvolgen van twee geboden, zoals hij het zelf omschrijft. Het hof volgt de betrokkene hierin niet. Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 zet de betekenis van driekleurige verkeerslichten uiteen, waarbij groen licht staat voor doorgaan. Artikel 68, eerste lid, RVV 1990 houdt geen gebod of verbod in de zin van artikel 62 RVV 1990 in. Niet doorgaan bij groen licht levert geen strafbaar feit op in de zin van artikel 92, eerste lid, van het RVV 1990. Artikel 68, eerste lid, van het RVV 1990 is in dit artikellid immers niet opgenomen. De betrokkene had zich dan ook dienen te houden aan het in artikel 11, eerste lid, van het RVV 1990 geformuleerde gebod dat links moet worden ingehaald. Dat de betrokkene hierbij ernstig gevaar voor andere verkeersdeelnemers zou hebben veroorzaakt, omdat hij had moeten remmen, is niet aannemelijk geworden. De reden van de betrokkene om op de rechterrijstrook te gaan rijden, was naar eigen zeggen nu juist omdat deze rijstrook vrij was van verkeer.
10. In tegenstelling tot hetgeen de betrokkene meent, blijkt uit de beslissing van de kantonrechter dat vorenomschreven verweer is betrokken in de beoordeling. De kantonrechter heeft in dit verweer echter geen aanleiding gezien om de sanctie te matigen. Van een aan de beslissing van de kantonrechter klevend motiveringsgebrek is dan ook geen sprake.
11. Het verweer van de betrokkene geeft het hof geen aanleiding om aan de door de ambtenaar genoteerde pleeglocatie te twijfelen. Volgens de ambtenaar heeft de gedraging plaatsgevonden op de Vaanweg in Rotterdam en heeft de betrokkene daar via de rechterrijstrook een voertuig op de linkerrijstrook ingehaald, waarna hij weer is gaan rijden op de linkerrijstrook. Dit wordt ondersteund door hetgeen de betrokkene in hoger beroep naar voren brengt, namelijk dat hij op de Vaanweg van rijstrook is gewisseld.
12. Gezien het voorgaande heeft de kantonrechter een juiste beslissing genomen door het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond te verklaren. Deze beslissing wordt dan ook bevestigd.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.