Strafprocesrecht
Als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus. Het wegdek was in dit geval…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 november 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:10185 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-10185
Zaakgegevens
Op 29 november 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 november 2023
- Datum publicatie
- 29 november 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.323.292/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:10185
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus. Het wegdek was in dit geval voorzien van het woord ‘bus’. Nu uit de tekst van artikel 81 RVV 1990 duidelijk blijkt dat de regelgever heeft beoogd een onderscheid te maken tussen een busbaan aangeduid met ‘bus’ en een busbaan aangeduid met ‘lijnbus’ is de verkeerde feitcode gebruikt. Het hof wijzigt de feitcode.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.323.292/01 |
|
CJIB-nummer |
: 244208036 |
|
Uitspraak d.d. |
: 29 november 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 27 januari 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2023. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “als weggebruiker gebruik maken van busbaan of -strook aangeduid met: lijnbus
(feitcode R622A)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 september 2021 om 15:18 uur op de Hobbemastraat in Den Haag met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Namens de betrokkene wordt de gedraging ontkend. Op de betreffende straat is nergens ‘LIJNBUS’ aangebracht. In een aanvullend proces-verbaal verklaart de ambtenaar dat het wegdek was voorzien van het woord ‘BUS’ en hiervan is ook een schermopname van Google Streetview bijgevoegd. Voor de gedraging die de betrokkene eigenlijk wordt verweten geldt een andere feitcode, namelijk R622: “als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of- strook aangeduid met <BUS>”.
3. De verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 62 jº artikel 81 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 62 van het RVV 1990 houdt in dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Artikel 81 van het RVV 1990 houdt in dat busbanen en busstroken waarop het woord «BUS» is aangebracht slechts mogen worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus, een autobus of een tram. Busbanen en busstroken waarop het woord «LIJNBUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus of een tram.
4. Bij een overtreding van artikel 81 RVV 1990 zijn de volgende feitcodes van toepassing:
R622: als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met “bus”.
R622A: als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met: “lijnbus”.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het in dit proces-verbaal genoemd voertuig over de busbaan op de Hobbemastraat reed. Ik zag dat dit voertuig het, ook voor hem geldende, rode verkeerslicht passeerde en rechtsaf sloeg de Vaillantlaan op.”
6. In een aanvullend proces-verbaal van 23 januari 2023 verklaart de ambtenaar – voor zover hier relevant – het volgende:
“Ik zag dat het betrokken voertuig vanuit het Hobbemaplein kwam en richting de Vaillantlaan reed. Ik zag dat het betrokken voertuig over de busbaan/trambaan reed en ik zag dat de weg was voorzien van de tekst ‘BUS’.”
7. Uit de tekst van artikel 81 RVV 1990 blijkt duidelijk dat de wetgever heeft beoogd een onderscheid te maken tussen een busbaan aangeduid met ‘BUS’, waarop alle autobussen mogen rijden, en een busbaan aangeduid met ‘LIJNBUS’, die beperkt is tot autobussen van het stads- en streekvervoer. Er zijn ook twee verschillende feitcodes opgenomen. Gelet op het aanvullend
proces-verbaal is ten onrechte feitcode R622A gebruikt. Een wijziging is toegestaan indien een betrokkene daardoor niet in zijn belangen is geschaad. Daarvan is in dit geval sprake. De betrokkene wist waartegen hij zich moest verdedigen en de wijziging leidt niet tot een hoger sanctiebedrag. Het hof zal daarom de feitcode wijzigen en vaststellen op R622.
8. Gelet op deze beslissing komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroep, het beroep bij de kantonrechter en het administratief beroep dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1284,75.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode wordt gewijzigd in R622, de omschrijving van de gedraging in ‘als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met “bus”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1284,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.