Strafprocesrecht
Niet de rijbaan gebruiken. Het hof ziet in de door de betrokkene geschetste omstandigheden waaronder de…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 september 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:8099 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-8099
Zaakgegevens
Op 27 september 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 27 september 2023
- Datum publicatie
- 27 september 2023
- Zaaknummer
- Wahv 200.320.507/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:8099
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Niet de rijbaan gebruiken. Het hof ziet in de door de betrokkene geschetste omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden aanleiding om het sanctiebedrag te matigen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
|
Zaaknummer |
: Wahv 200.320.507/01 |
|
CJIB-nummer |
: 241581518 |
|
Uitspraak d.d. |
: 27 september 2023 |
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 7 september 2022, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 september 2023. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 mei 2021 om 12:22 uur op de Escamplaan in
‘s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De betrokkene erkent over het fietspad te hebben gereden, maar de manier waarop hij is behandeld door de ambtenaar zit hem nog steeds erg hoog. Volgens hem maakt de klacht tegen de ambtenaar wel degelijk deel uit van de onderhavige procedure. De desbetreffende dag had hij met zijn dochter afgesproken haar na haar operatie bij de Kiss & Ride plekken van het ziekenhuis op te halen. De staandehouding heeft voor de betrokkene tot gevolg gehad dat hij 20 minuten later dan afgesproken bij zijn dochter was en haar vervolgens ook nog eens heeft moeten ondersteunen naar de parkeergarage van het ziekenhuis in plaats van de afgesproken Kiss & Ride plekken. De ambtenaar had hem een waarschuwing kunnen geven of kunnen uitleggen op welke manier hij dan bij de
Kiss & Ride plekken kon komen.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging heeft erkend, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
4. Gelet op hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd dient vervolgens te worden beoordeeld of de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel aanleiding geven om deze te matigen.
5. De ambtenaar heeft een discretionaire bevoegdheid om in concrete gevallen naar aanleiding van een gebleken gedraging een sanctie op te leggen of daarvan af te zien. Hetgeen is aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de verbalisant in dit geval niet van zijn bevoegdheid om een administratieve sanctie op te leggen gebruik heeft kunnen en mogen maken. De ambtenaar had dus niet met een waarschuwing hoeven volstaan. Het hof ziet dan ook geen reden om een sanctie geheel achterwege te laten.
6.
In de door de betrokkene geschetste omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden ziet het hof echter wel aanleiding om het sanctiebedrag te matigen tot de helft.
7. Beslist wordt daarom als volgt.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt deze, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in € 75,-;
bepaalt dat het teveel aan zekerheid gestelde bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest te ondertekenen.