Strafprocesrecht
Betrokkene niet-ontvankelijk in hoger beroep (art. 416 lid 2 Sv).
ECLI:NL:GHARL:2026:1997 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-1997
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- 21-001532-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:1997
Samenvatting
Betrokkene niet-ontvankelijk in hoger beroep (art. 416 lid 2 Sv).
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 19 december 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:4892Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 april 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2026:1997
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001532-25
Uitspraakdatum: 1 april 2026
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 19 december 2022 met parketnummer 18-136663-22 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 18 maart 2026 is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot het niet-ontvankelijk verklaren van betrokkene in zijn hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en zijn (waarnemend) raadsvrouw, mr. H.L.P. Fauser, hebben aangevoerd, te weten dat betrokkene heeft aangegeven zijn bezwaren tegen de beslissing van de rechtbank niet langer te handhaven.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Betrokkene heeft geen bezwaren opgegeven tegen de ontnemingsbeslissing van de rechtbank. Het hof ziet, mede gelet op het feit dat betrokkene op de zitting van het hof heeft aangegeven de aanvankelijk aangevoerde bezwaren tegen die beslissing niet te handhaven, zelf geen redenen die een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep noodzakelijk maken. Het hof verklaart betrokkene daarom niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. L.T. Wemes en mr. G.A. Versteeg, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M.J. Flach en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 april 2026.