Strafprocesrecht
Het hof spreekt verdachte vrij van de hem tenlastegelegde opzet- dan wel schuldheling. Niet gebleken dat…
ECLI:NL:GHARL:2026:4868 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-4868
Zaakgegevens
Op 24 juli 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- 21-003958-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:4868
Samenvatting
Het hof spreekt verdachte vrij van de hem tenlastegelegde opzet- dan wel schuldheling. Niet gebleken dat verdachte wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen door een misdrijf verkregen waren. Geen sprake van schending zorgplicht in die mate dat sprake is van grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende met betrekking tot de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven goederen. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003958-25
Uitspraakdatum: 24 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 22 september 2025 met parketnummer 18-052151-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 10 juli 2026 en op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van schuldheling tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert de advocaat-generaal toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van
€ 1.946,89, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. E. Albayrak, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van schuldheling veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2023 tot en met 9 oktober 2023 te en/of bij [plaats 1] en/of te of bij [plaats 2] , in de gemeente [gemeente 1] en/of gemeente [gemeente 2] , een (groot) aantal accu's en/of omvormers en/of zonnepanelen en/of gereedschap, althans een aantal goed(eren) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijze had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.
Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.
Uit het dossier volgt dat namens [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] aangifte is gedaan van de diefstal van verschillende goederen, waaronder accu’s, zonnepanelen en gereedschap. Ook blijkt uit het dossier dat [naam 1] , werknemer van [bedrijf 2] voornoemd, via Facebook Messenger contact onderhield met verdachte en een deal had gesloten over het ophalen van accu’s die verdachte op zijn account te koop aanbood, en die aangever herkende als zijnde gestolen. [naam 1] had met verdachte een afspraak gemaakt om de goederen op 10 oktober 2023 te komen ophalen. Verbalisanten hebben toen met [naam 1] afgesproken in de buurt te zijn tijdens die afspraak, en dat hij het direct aan de verbalisanten zou laten weten als hij de gestolen accu’s herkende. Toen [naam 1] de verbalisanten belde dat hij het handschrift van zijn werkgever mogelijk herkende op de accu’s, zijn de verbalisanten naar verdachte toe gelopen. Verdachte verklaarde toen dat de zichtbare accu’s van hem waren en dat hij nog meer in de schuur had liggen. Daarop werd verdachte aangehouden. Met toestemming van verdachte werd door verbalisanten in voornoemde schuur gekeken, waar zij meer accu’s en tientallen gereedschappen van het merk Makita aantroffen.
Verdachte heeft verklaard dat hij de goederen heeft gekocht van een Roemeense man genaamd [naam 2] . Hij heeft aan de politie alles verteld wat hij over de man weet en ook een omschrijving van zijn uiterlijk gegeven. Verdachte heeft € 4.000,00 voor de goederen betaald. Ook heeft verdachte verklaard dat hij een deel van de goederen heeft gecontroleerd via www.stopheling.nl en dat daar niets bijzonders uit kwam.
Met de verdediging en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte ten tijde van de verkrijging van de voertuigen wist dat de in de tenlastelegging genoemde goederen van misdrijf afkomstig waren. Het hof spreekt verdachte vrij van de (impliciet primair) tenlastegelegde opzetheling van deze goederen.
Ten aanzien van de tenlastegelegde schuldheling overweegt het hof als volgt.
Schuldheling vereist dat ten tijde van het voorhanden krijgen van een goed sprake is van schuld ten aanzien van de omstandigheid dat het betreffende goed door misdrijf is verkregen. In de wettekst wordt hierom gesproken van “redelijkerwijs moeten vermoeden”. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat het gaat om “grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid”. Daarvan is sprake als de verdachte in de gegeven omstandigheden bij enig nadenken had kunnen vermoeden dat het goed van misdrijf afkomstig was en hij zonder nader onderzoek niet had mogen handelen.
Het hof overweegt dat verdachte, volgens zijn eigen verklaring, in de periode voor het tenlastegelegde meerdere keren per week contact had met voornoemde [naam 2] . Hij had ook al twee keer eerder goederen bij [naam 2] gekocht. Daarnaast heeft verdachte € 4.000,00 voor de goederen betaald, hetgeen het hof geen bijzonder lage prijs acht, gelet op de geschatte nieuwprijs van ongeveer € 10.000,00 en het feit dat het ging om tweedehands goederen. Uit het dossier en de verklaring van verdachte volgt dat zowel verdachte als [naam 2] bekend waren met het onderhandelen over de verkoop van (tweedehands) goederen. Verdachte heeft ook, ten aanzien van een aantal van de goederen, nader onderzoek gedaan door deze te controleren op www.stopheling.nl. Uit deze controle zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. Verder constateert het hof dat verdachte concrete informatie over [naam 2] verstrekte en dat uit niets blijkt dat door de politie enig onderzoek is verricht naar deze [naam 2] .
Het hof is op basis van voorgaande van oordeel dat, voor zover verdachte niet volledig aan zijn zorgplicht zou hebben voldaan, hij deze zorgplicht in ieder geval niet in die mate heeft geschonden dat sprake is van een grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Het hof spreekt verdachte dan ook vrij van de (impliciet subsidiair) tenlastegelegde schuldheling.
Beslag
Onder verdachte zijn verschillende goederen in beslag genomen, waarvan een deel nog niet is teruggegeven. Omdat niet duidelijk is wie de rechthebbende daarvan is, gelast het hof de bewaring van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven goederen, zijnde:
- Geknoopt zwart touw, PL0100-2023221735-1634454
- Waterpomptang, PL0100-2023222216-1640863
- Tas, PL0100-2023260784-1650127
- Schuurmachine Makita Bo4565, PL0100-2023260784-1650080
- Schuurmachine Makita Ddf484, PL0100-2023260784-1650114.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.946,89 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Reeds daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Verder overweegt het hof dat niet is gebleken dat een voldoende rechtstreeks verband bestaat tussen de tenlastegelegde heling en de door de benadeelde partij gevorderde schade, immers is het voorwerp waarvoor schadevergoeding wordt gevraagd niet opgenomen in de tenlastelegging. Ook in het geval dat verdachte zou zijn veroordeeld voor de hem tenlastegelegde opzet- dan wel schuldheling, zou de benadeelde partij daarom niet zijn ontvangen in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Geknoopt zwart touw, PL0100-2023221735-1634454
- Waterpomptang, PL0100-2023222216-1640863
- Tas, PL0100-2023260784-1650127
- Schuurmachine Makita Bo4565, PL0100-2023260784-1650080
- Schuurmachine Makita Ddf484, PL0100-2023260784-1650114.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.
Dit arrest is gewezen door mr. G.A. Versteeg, mr. E.W. van Weringh en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. J.R. Sotthewes-de Jonge en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 juli 2026.