Strafprocesrecht
De militaire kamer van het hof spreekt verdachte vrij ter zake van artikel 2 onder C van de Opiumwet.
ECLI:NL:GHARL:2026:5964 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-5964
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 16 september 2026
- Zaaknummer
- 21-003533-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:5964
Samenvatting
De militaire kamer van het hof spreekt verdachte vrij ter zake van artikel 2 onder C van de Opiumwet.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003533-23
Uitspraakdatum: 18 juni 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de militaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 13 juli 2023 met parketnummer 05-020988-22 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 juni 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.L. Koper, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De militaire politierechter in de rechtbank Gelderland heeft verdachte vrijgesproken ten aanzien van het tenlastegelegde feit.
Het hof komt op andere gronden dan de politierechter tot vrijspraak. Het hof doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 09 september 2021 tot en met 22 oktober 2021 te/op Curaçao, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, in ieder geval éénmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid cocaïne althans (in ieder geval ongeveer) 20 (twintig) gram cocaïne, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Standpunt advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden bewezen dat verdachte cocaïne aanwezig heeft gehad.
Oordeel van het hof
Uit de processtukken volgt dat de [medeverdachte] op 9 oktober 2021 twintig gram cocaïne heeft besteld. Bij de Koninklijke Marechaussee heeft [medeverdachte] hierover verklaard dat hij de twintig gram cocaïne heeft opgehaald en dat die twintig gram voor meerdere personen waaronder verdachte was bestemd.
Het hof is van oordeel dat op basis van de processtukken en het verhandelde op de zitting niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de cocaïne ook daadwerkelijk aan verdachte is verstrekt, zodat ook niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk cocaïne aanwezig heeft gehad.
Bij de processtukken bevinden zich weliswaar WhatsApp-gesprekken inhoudende dat verdachte op 9 oktober 2021 een betaalverzoek heeft verstuurd met als onderwerp “Gas” en dat hij op 11 oktober 2021 het bericht “Net ff gasje genomen” heeft verzonden. Niet met voldoende zekerheid kan echter worden vastgesteld dat met “gas” in die specifieke gevallen cocaïne wordt bedoeld.
Het hof spreekt verdachte dan ook vrij.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. N.C. van Lookeren Campagne en mr. J.C.J. Legein, militair lid, in aanwezigheid van de griffier mr. M.E. Ruiter en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 18 juni 2026.
Mr. Legein is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 juni 2026.
Tegenwoordig:
mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter,
mr. A. Hermelink, advocaat-generaal,
mr. L. Jansen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.