Strafprocesrecht
Overeenkomst vervangende auto. Is sprake van een huurovereenkomst als bedoel in artikel 8, aanhef en onder b, Wahv?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 september 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:8543 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/tussenuitspraak/ecli-nl-gharl-2018-8543
Zaakgegevens
Op 25 september 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Datum publicatie
- 25 september 2018
- Zaaknummer
- WAHV 200.206.476
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- TussenuitspraakTussenuitspraakDe rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2018:8543
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overeenkomst vervangende auto. Is sprake van een huurovereenkomst als bedoel in artikel 8, aanhef en onder b, Wahv?
Uitspraak
WAHV 200.206.476
25 september 2018
CJIB 197254190
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 20 oktober 2016
betreffende
[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] ,
vertegenwoordigd door [B] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is niet binnen de gegeven termijn gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 124,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen met 16 km/u”, welke gedraging zou zijn verricht op 6 april 2016 om 16:40 uur op de A4 links te Den Hoorn met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de gedraging. De vertegenwoordiger van de betrokkene verwijst naar een document dat in hoger beroep, en ook in eerdere procedures, is overgelegd, waaruit dit zou blijken. Verder is een kopie meegestuurd van de factuur waarin de betrokkene de kosten voor het verhuren van de auto in rekening brengt.
3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) luidt, voor zover hier van belang:
‘De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.’
4. In administratief beroep is een document meegestuurd met als opschrift: ‘Overeenkomst vervangende auto’. Het betreft een formulier waarop met de hand geschreven gegevens staan vermeld van het voertuig en van de ‘cliënt/bestuurder’, [C] .
De kolom met de koptekst ‘afrekening’ bevat verschillende invulvelden, onder meer voor kilometerstanden, tarieven per kilometer en tarieven per dag. Al deze velden zijn leeggelaten, met uitzondering van het veld ‘vertrek kilometerstand’: 3842. Het document is opgemaakt op 22 maart 2016 en ondertekend door (kennelijk) [C] en iemand van het autobedrijf.
5. In de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep is hetzelfde document opnieuw overgelegd. Er zijn nu echter gegevens toegevoegd, namelijk de datum van terugkomst van het voertuig (22 april 2016) en de kilometerstand op die datum (16556).
6. De officier van justitie en de kantonrechter hebben beiden, kort gezegd, geoordeeld dat het document dat de betrokkene heeft meegestuurd niet aannemelijk maakt dat het voertuig was verhuurd in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.
Het hof onderschrijft dit oordeel. Uit het document blijkt immers niet dat [C] met de betrokkene heeft afgesproken het voertuig te huren.
7. In hoger beroep heeft de betrokkene een factuur overgelegd, gedateerd 12 mei 2016 en geadresseerd aan [C] , waarin de volgende kosten in rekening zijn gebracht:
|
omschrijving |
aantal |
prijs |
bedrag |
|
huurovereenkomst Mercedes-Benz A 180D, [YY-000-Y] |
31 |
€ 50,00 |
€ 1.550,00 |
|
verreden kilometers: |
12714 |
€ 0,10 |
€ 1.271,40 |
|
Subtotaal |
€ 2.821,40 |
||
|
21 % BTW |
€ 592,49 |
||
|
Totaal |
€ 3.413,89 |
Vermeld wordt dat de factuur binnen 14 dagen moet worden betaald.
8. Een huurovereenkomst is in beginsel vormvrij. Hoewel uit de ‘Overeenkomst vervangende auto’ niet valt af te leiden dat er een huurovereenkomst is afgesloten, is het mogelijk dat partijen dit bij het opmaken van het document wel voor ogen hebben gehad.
In dat geval ligt het in de rede dat [C] de aan hem gerichte factuur heeft betaald. Uit de stukken blijkt dit niet. Het hof zal de betrokkene in de gelegenheid stellen om aan te tonen dat [C] tot betaling is overgegaan of op andere wijze aannemelijk te maken dat de betrokkene daadwerkelijk een huurovereenkomst met [C] is aangegaan.
9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Beslissing
Het gerechtshof:
stelt de betrokkene in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van dit arrest nadere stukken over te leggen, zoals hiervoor onder 8 omschreven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.