Strafprocesrecht
Tussenarrest. Beoordeling van de ontvankelijkheid.
ECLI:NL:GHARL:2025:221 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafprocesrecht/tussenuitspraak/ecli-nl-gharl-2025-221
Zaakgegevens
Op 22 januari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 22 januari 2025
- Datum publicatie
- 20 januari 2025
- Zaaknummer
- 21-000757-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafprocesrecht
- Procedure
- TussenuitspraakTussenuitspraakDe rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:221
Samenvatting
Tussenarrest. Beoordeling van de ontvankelijkheid.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000757-24
Uitspraak d.d.: 22 januari 2025
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 9 november 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-243715-22 en 05-148951-23, tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1952,
wonende te [adres] .
Het hoger beroep
Verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Op de zitting van het hof van 8 januari is uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde geweest.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. In eerste termijn heeft de AG geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid maar in tweede termijn alsnog tot ontvankelijkheid van verdachte in het door hem ingestelde beroep.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Standpunt van de advocaat-generaal
Op basis van de door verdachte ter terechtzitting van het hof overgelegde stukken meent de advocaat-generaal - bij nader inzien - dat verdachte ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. Gelet op de inhoud van het bericht van verdachte “Aanzegging Hoger Beroep”, gedateerd op 19 november 2023, gemaild naar de strafgriffie van de rechtbank Arnhem en op de ontvangstbevestiging van de strafgriffie Arnhem van 20 november 2023, heeft verdachte tijdig en ondubbelzinnig de wens geuit om hoger beroep in te stellen.
Standpunt van verdachte
Verdachte heeft gesteld dat hij ontvankelijk moet worden verklaard in zijn hoger beroep, omdat hij binnen de daartoe wettelijk gestelde termijn een bericht heeft verzonden naar de strafgriffie waaruit zijn wil bleek om hoger beroep in te stellen.
Oordeel van het hof
Ter terechtzitting van het hof van 8 januari 2025 heeft verdachte verschillende stukken overgelegd. Deze stukken zaten tot dan toe niet in het dossier van het hof en waren het hof aldus onbekend.
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of het overgelegde mail-bericht “Aanzegging Hoger Beroep” gedateerd op 19 november 2023, dat op 18 november 2023 door verdachte blijkt te zijn verzonden naar de strafgriffie van de rechtbank Arnhem, leidt tot de ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep.
Het hof stelt op basis van deze ter zitting overgelegde stukken vast dat de strafgriffie op 20 november 2023 de ontvangst van het bericht “Aanzegging Hoger Beroep” heeft bevestigd. Aangezien dit binnen termijn is geweest voor het instellen van hoger beroep (die begon te lopen op 9 november 2023), is het hof van oordeel dat op 20 november 2023 een akte instellen hoger beroep had moeten worden opgemaakt.
Gelet op het voorgaande heropent het hof het onderzoek en verklaart de verdachte ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep.
Het hof schorst het onderzoek ter zitting, dat op een nader te bepalen datum zal worden hervat voor een inhoudelijke behandeling van de zaak.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte ontvankelijk in het hoger beroep.
Heropent het onderzoek.
Geeft de rechtbank Gelderland opdracht zo spoedig mogelijk een proces-verbaal van de zitting van 26 oktober 2023 op te laten maken.
Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] .
Aldus gewezen door
mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,
mr. J.M. Rowel-van der Linde en mr. M.T. Bos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffier,
en op 22 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.