Strafrecht overig
Ontnemingsvordering afgewezen i.v.m. toewijzing vordering benadeelde partij (artikel 36e lid 6 (oud) van het…
ECLI:NL:GHARL:2019:11155 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2019-11155
Zaakgegevens
Op 18 december 2019 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 18 december 2019
- Datum publicatie
- 24 december 2019
- Zaaknummer
- 21-001935-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:11155
Samenvatting
Ontnemingsvordering afgewezen i.v.m. toewijzing vordering benadeelde partij (artikel 36e lid 6 (oud) van het Wetboek van Strafrecht).
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 28 maart 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:1671Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2019:11155
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001935-17
Uitspraak d.d.: 18 december 2019
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 28 maart 2017 met parketnummer 05-980628-13 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De veroordeelde heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 6 november 2019 en 18 december 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. N. van Schaik, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich niet met het vonnis waarvan beroep zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij arrest van dit hof van 18 december 2019 (parketnummer 21-001424-16) veroordeeld ter zake van onder meer oplichting, meermalen gepleegd (feit 1).
Op grond van artikel 36e lid 6 (oud) van het Wetboek van Strafrecht worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering gebracht bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Onder die bepaling hoeft de vordering niet te zijn voldaan.
ABN AMRO heeft zich in de hoofdzaak als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Het hof heeft die vordering toegewezen tot een bedrag van € 7.019,544,79.
Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit het bewezen verklaarde handelen financieel voordeel heeft genoten tot een bedrag van € 7.019.544,79.
Vanwege de toewijzing van de vordering benadeelde partij in de hoofdzaak schat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil. De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet daarom worden afgewezen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
Aldus gewezen door
mr. G. Dam, voorzitter,
mr. G.A. Versteeg en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.W.P. Soons, griffier,
en op 18 december 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 december 2019.
Tegenwoordig:
mr. G. Dam, voorzitter,
mr. J.A.A.M. Francissen, advocaat-generaal,
mr. M.B. Haak, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De veroordeelde is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.