Strafrecht overig
verdachte wordt vrijgesproken van het overtreden van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Op basis van artikel…
ECLI:NL:GHARL:2020:10199 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-10199
Zaakgegevens
Op 26 november 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 26 november 2020
- Datum publicatie
- 8 december 2020
- Zaaknummer
- 21-001735-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:10199
Samenvatting
verdachte wordt vrijgesproken van het overtreden van artikel 184 Wetboek van Strafrecht. Op basis van artikel 55d Wetboek van Strafrecht juncto artikel 3 van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers kan geen speekseltest worden gevorderd wanneer er bij verbalisanten het vermoeden bestaat dat verdachte onder invloed was van cannabis.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001735-19
Uitspraak d.d.: 26 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 29 maart 2019 met parketnummer 05-133601-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende te [woonplaats] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 november 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. P.L.O. van de Waarsenburg, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van € 250,- waarvan € 125,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 27 juni 2018 te Nijmegen opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie Eenheid Oost-Nederland), belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een speekseltest, hieraan geen gevolg te geven;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Verdachte is tenlastegelegd dat hij heeft nagelaten een ambtelijk bevel te gehoorzamen door te weigeren mee te werken aan een speekseltest. De speekseltest is, nadat verdachte werd aangehouden ter zake van mishandeling, gevorderd op basis van artikel 55d Wetboek van Strafvordering juncto artikel 3 van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers. Op basis van deze artikelen kan er onderzoek gedaan worden naar het middelengebruik van een verdachte die verdacht wordt van bepaalde geweldsdelicten. Dit kan echter alleen bij het vermoeden van cocaïne, amfetamine en methamfetamine. Uit het dossier blijkt dat de verbalisanten het vermoeden hadden dat verdachte cannabis had gebruikt. Op grond van dat vermoeden mochten zij niet op basis van artikel 55d Wetboek van Strafvordering juncto artikel 3 van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers een speekseltest vorderen. Hierdoor is niet voldaan aan het bestanddeel ‘wettelijk voorschrift’ van artikel 184 Wetboek van Strafrecht, zodat verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. onder CJIB nummer [nummer] .
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. E.W. van den Heuvel, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.L. Onwuteaka, griffier,
en op 26 november 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.