Strafrecht overig
Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte…
ECLI:NL:GHARL:2020:7597 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 22 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-7597
Zaakgegevens
Op 22 september 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 september 2020
- Datum publicatie
- 22 september 2020
- Zaaknummer
- 21-001748-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:7597
Samenvatting
Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001748-19
Uitspraak d.d.: 22 september 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 maart 2019 met parketnummer 16-035663-18 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
wonende te [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 september 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. R. Moghni, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter heeft bij vonnis van 22 maart 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks 14-08-2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] , weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s),
- ( via de zonwering) op het dak en/of op de dakgoot van die woning geklommen en/of
- een hand door een kier van een openstaand dakraam gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Naar het oordeel van het hof valt uit de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet buiten redelijke twijfel af te leiden dat het verdachte is geweest die de poging tot inbraak heeft (mede)gepleegd, nu niet genoegzaam vast te stellen valt dat de persoon die aan de achterkant van de woning van aangever zichtbaar is op de afbeeldingen (zogenoemde stils) 3, 4 en 5 (op pagina’s 24, 25 en 26 van het dossier) van de beelden van de bewakingscamera’s, verdachte betreft.
Nu het hof verdachte zal vrijspreken, behoeven de (overige) gevoerde verweren van de raadsman geen nadere bespreking.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. M. Aksu, voorzitter,
mr. G.A. Versteeg en mr. E. Pennink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,
en op 22 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Pennink is buitens staat dit arrest mede te ondertekenen.