Strafrecht overig

Afwijzing wrakingsverzoek

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
15 januari 2026
Zaaknummer
W200.362.194
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:233
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Afwijzing wrakingsverzoek

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

wrakingskamer

zaaknummers gerechtshof 200.362.194/01

beslissing van 13 januari 2026

op het verzoek van:

[naam] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekster in het wrakingsincident,

hierna: verzoekster,

dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

de rechters van de wrakingskamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, althans

mr. C. Coster, mr. E. de Witt en mr. G.B.A. Brummer, raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummers 21-004525-23 en 21-004526-23 een procedure aanhangig tegen verzoekster. In die zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend raadsheren.

1.2

Op 4 juli 2025 heeft de wrakingszitting plaatsgevonden voor de wrakingskamer van dit hof, locatie Leeuwarden, bestaande uit de raadsheren mr. C. Coster (voorzitter),

mr. E. de Witt en mr. G.B.A. Brummer. Verzoekster is niet bij deze behandeling verschenen. De gewraakte raadsheren zijn ook niet verschenen. Bij uitspraak van 10 juli 2025 is het wrakingsverzoek afgewezen.

1.3

De behandeling van de zaken is daarna hervat waarbij de behandeling ter zitting op 3 december 2025 om 15:00 uur is bepaald. Op 3 december 2025 om 14:49 uur is op de griffie van het hof een e-mail van verzoekster binnengekomen waarin zij een verzoek tot wraking heeft ingediend. Dit wrakingsverzoek met het zaaknummer 200.362.191/01 is separaat behandeld. Op 3 december 2025 om 15:08 uur is op de griffie van het hof een e-mail van verzoekster binnengekomen waarin zij op voorhand een verzoek tot wraking heeft ingediend tegen de volledige wrakingskamer, althans mrs. C. Coster, mr. E. de Witt en mr. G.B.A. Brummer.

1.4

Het wrakingsverzoek van de wrakingskamer is ter zitting van 17 december 2025 behandeld door de huidige wrakingskamer. Verzoekster is niet bij deze behandeling verschenen.

1.5

De verzoekster heeft voor aanvang van de zitting op 17 december 2025 de huidige wrakingskamer gewraakt, omdat het verzoek om aanhouding van deze zaak, dan wel tot het tot stand brengen van een videoverbinding is afgewezen door de wrakingskamer. Dit verzoek is buiten behandeling gebleven wegens evident misbruik van recht. Door steeds dezelfde bezwaren te poneren en voor te sorteren op een inhoudelijke behandeling van de wraking kan het verzoek in deze zaak volgens de wrakingskamer niet anders worden verstaan dan als de aanwending van de bevoegdheid tot wraking voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven, namelijk het bewerkstelligen van een uitstel, waardoor het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer buiten behandeling is gebleven.

1.6

Tijdens de zitting van 17 december 2025 heeft de wrakingskamer mondeling uitspraak gedaan met betrekking tot het wrakingsverzoek tegen de volledige wrakingskamer van het hof, ziende op mr. C. Coster, mr. E. de Witt en mr. G.B.A. Brummer. Deze beslissing is kort na de zitting per e-mail medegedeeld aan verzoekster. De schriftelijke motivering van deze beslissing wordt hierna uiteengezet.

2 De beoordeling van het verzoek

De ontvankelijkheid van het verzoek; tijdig

2.1

Het wrakingsverzoek is gedaan voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd. Van andere omstandigheden die erop zouden kunnen wijzen dat het verzoek niet tijdig is ingediend, is niet gebleken. Het verzoek is dan ook tijdig ingediend.

De ontvankelijkheid van het verzoek; namen raadsheren

2.2

Ingevolge artikel 512 Sv kan een verzoek tot wraking slechts betrekking hebben op de raadsheren die de zaak behandelen. Het wrakingsverzoek in deze zaak is gericht tegen

mr. C. Coster, mr. E. de Witt en mr. G.B.A. Brummer. Dit zijn niet de behandelend raadsleden van de huidige wrakingskamer. Dat zijn namelijk mrs. H. de Hek, R.F.C. Spek en G.A. Versteeg. Dit maakt dat het verzoek in zoverre niet-ontvankelijk is. Voor zover het verzoek is gericht tegen het volledige college van het hof, is het verzoek eveneens niet-ontvankelijk (HR 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977).

2.3

Verzoekster heeft verschillende malen op min of meer gelijkluidende gronden tevergeefs om wraking van de behandelende raadsheren verzocht. Om misbruik van de mogelijkheid tot wraking te voorkomen, zal het hof op de voet van artikel 515 lid 4 Sv bepalen dat in deze zaak een volgend verzoek tot wraking dat berust op dezelfde gronden als in deze wrakingsprocedure aan de orde zijn, niet in behandeling zal worden genomen.


3. De beslissing

Het gerechtshof (wrakingskamer):

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek.

bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van verzoekster in deze zaken dat berust op dezelfde gronden als in deze wrakingsprocedure aan de orde zijn, niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. H. de Hek, R.F.C. Spek en G.A. Versteeg, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 515 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering).

Mrs. Spek en Versteeg zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Voorzitter Griffier

mr. H. de Hek mr. G.J. Rauw