Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Arnhem, 18 februari 1999
ECLI:NL:GHARN:1999:AA1448 · Gerechtshof Arnhem · 18 februari 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-gharn-1999-aa1448
Zaakgegevens
Op 18 februari 1999 heeft het Gerechtshof Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 februari 1999
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 98/208 VS
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:1999:AA1448
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
Gerechtshof Arnhem
vijfde enkelvoudige belastingkamer
nr. 98/208 VS
Uitspraak op verzet
1. De beschikking waarvan verzet
Het verzetschrift van *X wonende te *Z (Spanje) (hierna: belanghebbende), is ontvangen op 3 september 1998.
Het richt zich tegen de beschikking van 20 juli 1998, waarin de voorzitter van de tweede meervoudige belastingkamer van dit hof op een beroepschrift van belanghebbende uitspraak heeft gedaan.
Een fotokopie van de beschikking is aan deze uitspraak gehecht. Bij de beschikking is belanghebbende in zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2. Behandeling van het verzet
Tot de stukken waarop het hof bij de beoordeling van dit verzetschrift acht slaat, behoort het beroepschrift van belanghebbende.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld over het verzet te worden gehoord. Hij is opgeroepen voor een zitting te Arnhem op 19 januari 1999, maar, met kennisgeving aan het hof, niet verschenen.
3. Beoordeling van de ontvankelijkhied van het verzet
3.1. Ingevolge artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 2, lid 6 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken dient hij, die niet binnen het Rijk een vaste woonplaats of plaats van vestiging heeft, domicilie te kiezen binnen het Rijk.
3.2. Belanghebbende, die in Spanje woont, is door de griffier na de ontvangst van het beroepschrift niet verzocht domicilie binnen Nederland te kiezen.
3.3. Het hof verbindt hieraan het gevolg, dat de te late betaling van het griffierecht en de te late indiening van het verzetschrift niet voor rekening van belanghebbende kunnen komen.
3.4. Het vorenstaande brengt mee dat de zaak alsnog in behandeling moet worden genomen.
3.5. Alvorens een afschrift van het beroepschrift aan de ambtenaar wordt gezonden voor het indienen van een vertoogschrift, dient de griffier belanghebbende eerst in de gelegenheid te stellen in verband met het beroep binnen Nederland domicilie te kiezen.
4. Slotsom
Gelet op het vorenstaande is het verzet gegrond en dient de zaak, nadat de bestreden beschikking door de gegrondverklaring van het verzet is komen te vervallen, alsnog in behandeling te worden genomen.
5. Beslissing
Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond.
Bepaalt dat de griffier belanghebbende in de gelegenheid stelt binnen
8 weken domicilie te kiezen binnen Nederland.
Aldus gedaan op 18 februari 1999 te Arnhem door mr. Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Nuboer als griffier.
(M.M. Nuboer) (J.B.H. Röben)
De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 18 februari 1999