Insolventierecht
Hoger beroep dient binnen acht dagen te worden ingesteld door een procureur.
Gerechtshof Arnhem, 28 januari 1999
ECLI:NL:GHARN:1999:AE9555 · Gerechtshof Arnhem · 28 januari 1999
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem/civiel-recht/insolventierecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharn-1999-ae9555
Zaakgegevens
Op 28 januari 1999 heeft het Gerechtshof Arnhem in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Gerechtshof ArnhemGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 januari 1999
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 99/024
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARN:1999:AE9555
Samenvatting
Hoger beroep dient binnen acht dagen te worden ingesteld door een procureur.
Procesgang
Rechtbank Almelo · 6 januari 1999
ECLI:NL:RBALM:1999:AF0039Gerechtshof Arnhem · 28 januari 1999deze uitspraak
ECLI:NL:GHARN:1999:AE9555
Hoge Raad · 7 mei 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZC2900Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 mei 1999
ECLI:NL:PHR:1999:ZC2900
Uitspraak
Gerechtshof te Arnhem
Eerste civiele kamer
Arrest
in de zaak van:
X
wonende te Y
appellant,
procureur: mr T.G.M. van den Broeke
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Almelo van 6 januari 1999 dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.
2 Het geding in hoger beroep
2.1
Bij beroepschrift, ingediend ter griffie van het hof op 14 januari 1999 door mr B. van Aarle, advocaat te Grave, heeft appellant (hierna te noemen: X) hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis, waarbij het verzoek tot opheffing van zijn bij vonnis van 17 juni 1998 uitgesproken faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, is afgewezen.
2.2
Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht zijn faillissement op te heffen, onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
2.3
Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief van mr T.G.M. van den Broeke, advocaat en procureur te Duiven, gedateerd 18 januari 1999, waarin zij meedeelt in deze zaak als procureur te zullen optreden.
2.4
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 januari 1999, waarbij X. is verschenen, bijgestaan door voornoemde mr B. van Aarle.
3 De motivering van de beslissing
3.1
Ingevolge artikel 5 Faillissementswet, gewijzigd bij wet van 25 juni 1998 (Stb. 1998, 445) juncto artikel 15c, tweede lid van die wet moet het hoger beroep tegen een vonnis, waarbij de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, binnen acht dagen na de dag van de uitspraak worden ingesteld bij een verzoekschrift, door een procureur in te dienen ter griffie van het hof.
3.2
Het beroepschrift is op de laatste dag van de beroepstermijn, te weten op 14 januari 1999 te 16.37 uur, (per fax) ter griffie van het hof ingediend door voornoemde mr B. van Aarle. Mr Van Aarle staat niet als procureur ingeschreven in het arrondissement Arnhem.
3.3
Bij brief van 18 januari 1999 heeft mr Van den Broeke zich tot procureur gesteld.
3.4
Nu het verzoekschrift niet tijdig is ingediend door een procureur, kan X. niet worden ontvangen in zijn hoger beroep.
4 De beslissing
Het hof, rechtdoende in hoger beroep:
verklaart X. niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs Van der Weij, Houtman en Smeeïng-Van Hees en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 1999.