Belastingrecht
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Belastingrecht
Gerechtshof Den Haag, 24 september 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:3040 · Gerechtshof Den Haag · 24 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2026-3040
Zaakgegevens
Op 24 september 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Datum publicatie
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- BK-25/1107
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2026:3040
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hersteluitspraak
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/1107
Uitspraak van 24 september 2026 ter herstel van de uitspraak van 18 augustus 2026
in het geding tussen:
[X] te [Z] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, de Heffingsambtenaar,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 18 augustus 2026, nummer BK-25/1107 inzake het hoger beroep van de Heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 19 november 2025, nummer SGR 25/3202.
De uitspraak in het hoger beroep
Het Hof heeft in deze zaak op 18 augustus 2026 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een misslag in rechtsoverweging 7.2 en in het dictum van zijn uitspraak.
In rechtsoverweging 7.2 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag aan griffierecht vermeld van € 596. Dit bedrag berust op een misslag. Het bedrag had, gelet op het bepaalde in artikel 8:109, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht, € 579 moeten zijn. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak.
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 7.2 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Aangezien het hoger beroep ongegrond wordt verklaard wordt van de Heffingsambtenaar een griffierecht van € 579 geheven.”
en de laatste regel van het dictum van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“- verstaat dat van de Heffingsambtenaar een griffierecht van € 579 wordt geheven.”
Beslissing
Het Gerechtshof herstelt zijn uitspraak van 18 augustus 2026, nummer BK-25/1107, op de hiervoor in 1.3 vermelde wijze.
Deze hersteluitspraak is vastgesteld door Chr.Th.P.M. Zandhuis, T.A. de Hek en M.B Weijers, leden in tegenwoordigheid van de griffier D.W. Renes.
De griffier, de voorzitter,
D.W. Renes Chr.Th.P.M. Zandhuis
De beslissing is op 24 september 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.