Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag, 21 januari 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:85 · Gerechtshof Den Haag · 21 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2014-85
Zaakgegevens
Op 21 januari 2014 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 januari 2014
- Datum publicatie
- 27 januari 2014
- Zaaknummer
- 200.128.787-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H Folkers te Gorinchem, mr. A.A.S. Wiesmeier-[geïntimeerde] te ’s-Gravenhage
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2014:85
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Second opinion uitspraak
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 10 december 2012
ECLI:NL:RBROT:2012:9103Rechtbank Rotterdam · 11 maart 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:11288Gerechtshof Den Haag · 21 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2014:85
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel Recht
Zaaknummer : 200.128.787/01
Zaak-/rolnummer rechtbank : 305480 CV EXPL 12-1320
Arrest van 21 januari 2014
In de zaak van
[appellant],
wonende te Gorinchem,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. H. Folkers te Gorinchem,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te Sleeuwijk,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. A.A.S. Wiesmeier-[geïntimeerde] te ’s-Gravenhage.
Het verdere verloop van het geding
Verwezen wordt naar het tussenarrest van 3 september 2013 waarin een comparitie na
aanbrengen is bevolen. Ter comparitie, die heeft plaatsvonden op 6 december 2013, is
namens beide partijen toelating tot de Second Opinion-procedure verzocht. Daartoe hebben
de behandelend advocaten ieder een SO-formulier als bedoeld in de artikel 3.2 van het
Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is
toegestaan, waarna arrest is bepaald op heden.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). Zoals in het SO-formulier van [appellant] staat vermeld, luidt zijn enige grief dat de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) – hierna ook: de kantonrechter – in het tussenvonnis van 10 december 2012 en het eindvonnis van 11 maart 2013 niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen hij in eerste aanleg had geconcludeerd.
Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zullen de bestreden vonnissen worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering. Onder deze omstandigheden komt het hof niet toe aan de door [appellant] in zijn appeldagvaarding ingestelde terugbetalingsvordering.
Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde] betaalde griffiegeld van € 683,- en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief (€ 1.158,-)
Beslissing
Het gerechtshof:
- bekrachtigt de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Dordrecht (sector kanton, locatie Gorinchem)/de rechtbank Rotterdam (kantonrechter, zittinghoudende te Gorinchem) van 10 december 2012 en 11 maart 2013;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.841,-, waarvan € 683,- voor verschotten en € 1.158,- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, M.J. van der Ven en M.Y. Bonneur; het is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014 in aanwezigheid van de griffier.