Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Den Haag, 5 februari 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3742 · Gerechtshof Den Haag · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2019-3742
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 3 maart 2020
- Zaaknummer
- 200.246.525/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.C Blok te Zoetermeer, mr. J.C. Dorrepaal te Alphen aan den Rijn
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3742
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Second opinion procedure
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:10184Gerechtshof Den Haag · 5 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2019:3742
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.246.525/01
Zaaknummer rechtbank : 6339198/ CV EXPL 17-4336
arrest van 5 februari 2019
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. L.C. Blok te Zoetermeer,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2]
beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr. J.C. Dorrepaal te Alphen aan den Rijn.
Het geding
Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot dan toe naar het tussenarrest van 11 december 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie heeft niet plaatsgevonden. Partijen hebben voorafgaande aan de comparitie verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. [appellante] heeft daartoe de reeds genomen memorie van grieven ingetrokken. De behandelend advocaten hebben een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellante] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Gouda) niet heeft beslist overeenkomstig zij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffierecht van € 1.649,00.
Beslissing
Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. begroot op een bedrag van € 1.649,00 voor griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en A.A. Muilwijk-Schaaij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.