Verbintenissenrecht
VvE-zaak.Beslissing na verwijzing op grond van wisselbepaling van art 69 Rv
Gerechtshof Den Haag, 7 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:484 · Gerechtshof Den Haag · 7 april 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2015-484
Zaakgegevens
Op 7 april 2015 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 7 april 2015
- Datum publicatie
- 5 maart 2015
- Zaaknummer
- 200.165.876-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.J.A Dielisssen te Wouw, mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2015:484
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
VvE-zaak.Beslissing na verwijzing op grond van wisselbepaling van art 69 Rv
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.165.876/01
Rekestnummer rechtbank : 2698503 \ VZ VERZ 14-540
Arrest d.d. 7 april 2015 (na verwijzing ex artikel 69 Rv)
inzake
VERENIGING VAN EIGENAARS VAN HET FLATGEBOUW […]
[…]
[…]
gevestigd te [vestigingsplaats],
appellante,
nader te noemen: de VvE,
advocaat: mr. A.J.A. Dielisssen te Wouw,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
Het geding
Bij beschikking van het hof van 10 maart 2015 in de zaak met zaaknummer 200.153.291/01 is na te melden onderdeel van het geschil tussen partijen op grond van de wisselbepaling van artikel 69 Rv verwezen naar de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals weergegeven in de aan dit arrest gehechte beschikking. Omdat het geschil in staat van wijzen is heeft het hof arrest bepaald.
Beoordeling van het hoger beroep
Het gaat thans nog, zakelijk weergegeven, om de vordering van [geïntimeerde] tot terugbetaling van (in hoofdsom) een bedrag van € 2.433,39 wegens gereserveerde gelden ten behoeve van de aanleg van een nieuwe schuifpui. De kantonrechter heeft deze vordering bij de bestreden beschikking van 30 juni 2014 toegewezen. De VvE heeft de betreffende beslissing van de kantonrechter met haar derde grief aangevallen. Zoals voortvloeit uit de beslissing van het hof in voormelde beschikking van 10 maart 2015 (rechtsoverweging 10, slot) is de grondslag aan deze beslissing komen te ontvallen. De grief slaagt dan ook. De vordering zal alsnog worden afgewezen. Beslist zal worden als na te melden. Voor een aparte proceskostenveroordeling is geen aanleiding, nu deze kosten al zijn begroot in de beschikking van 10 maart 2015.
Beslissing
Het hof:
-
vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, zittinghoudende te Rotterdam, rekestnummer 2698503 \ VZ VERZ 14-540,
van 30 juni 2014, voor zover thans aan het oordeel van het hof onderworpen;
en opnieuw rechtdoende: -
wijst alsnog de vordering van [geïntimeerde] af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, T.G. Lautenbach en
H.E.M. Vrolijk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2015 in aanwezigheid van de griffier.