Verbintenissenrecht
Vervoerrecht. Aansprakelijkheid voor brandschade door ontplofte gascontainers aan boord van een…
Gerechtshof Den Haag, 26 november 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3999 · Gerechtshof Den Haag · 26 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2019-3999
Zaakgegevens
Op 26 november 2019 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 november 2019
- Datum publicatie
- 7 maart 2024
- Zaaknummer
- 200.227.424/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M Verhagen te Rotterdam, mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3999
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervoerrecht. Aansprakelijkheid voor brandschade door ontplofte gascontainers aan boord van een containerschip. Vordering van bevrachter jegens afzender van gascontainers. Vraag of verkeerde stuwage brand mede heeft veroorzaakt. Tussenarrest. Akte uitlating over te benoemen deskundigen.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 25 januari 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:953Gerechtshof Den Haag · 23 april 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:4000Gerechtshof Den Haag · 26 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2019:3999
Gerechtshof Den Haag · 10 november 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2945Gerechtshof Den Haag · 30 maart 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2934Gerechtshof Den Haag · 5 december 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:2780Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 februari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:203Hoge Raad · 7 november 2025
ECLI:NL:HR:2025:1665
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.227.424/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/434781/HA ZA 13-1039
arrest van 26 november 2019
inzake
Airgas USA LLC,
gevestigd te Radnor, Pennsylvania, Verenigde Staten van Amerika,
appellante,
hierna te noemen: Airgas,
advocaat: mr. M. Verhagen te Rotterdam,
tegen
Universal Africa Lines Ltd.,
gevestigd te Limassol, Cyprus,
geïntimeerde,
hierna te noemen: UAL,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam.
1 Het verdere verloop van geding in hoger beroep
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 23 april 2019. Ingevolge dit tussenarrest hebben beide partijen op de rol van 23 juli 2019 een akte genomen, waarna wederom arrest is gevraagd en bepaald.
Zoals door Airgas al ten pleidooie was verzocht (met welk verzoek UAL toen heeft ingestemd), wordt zij op het voorblad van dit arrest aangeduid als ‘Airgas USA LLC’, de entiteit waarin zij als gevolg van een fusie is opgegaan. De afgekorte aanduiding blijft Airgas.
2 De verdere beoordeling
Het hof heeft in het tussenarrest overwogen voornemens te zijn deskundigenvoorlichting te gelasten en heeft daarbij een aantal vragen geformuleerd. Vervolgens heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aan de deskundige(n) te stellen vragen en de persoon van de te benoemen deskundige(n).
Partijen hebben allebei van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Zij hebben voorstellen gedaan voor te benoemen deskundigen en opmerkingen geplaatst bij de door het hof voorgestelde vragen en zelf aanvullende vragen geformuleerd.
Ongelukkigerwijs heeft klaarblijkelijk geen onderlinge afstemming plaatsgevonden over de gepresenteerde voorstellen. UAL verzoekt nu om gelegenheid om alsnog op elkaars voorstellen te kunnen reageren. In de hoop dat dit tot eenstemmigheid over het aantal te benoemen deskundigen zal leiden, de persoon of personen van de deskundige(n) en de voor te leggen vragen zal dit verzoek worden toegestaan.
Het hof stelt partijen dus in de gelegenheid alsnog in overleg te treden en vervolgens bij gelijktijdig te nemen akte zo mogelijk een eenstemmig voorstel te doen, dan wel hun eventuele bezwaren tegen een of meer van de voorgestelde deskundigen te motiveren.
In de te nemen akte kunnen partijen dan tevens reageren op elkaars opmerkingen bij de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3 Beslissing
Het hof:
- verwijst de zaak naar de roldatum 17 december 2019 voor uitlating aan beide zijden als bedoeld in 2.4 en 2.5;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Lenselink, J.M. van der Klooster en F.G.M. Smeele en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2019 in aanwezigheid van de griffier.