Verbintenissenrecht

Geldt de verstrekking van een (kostbaar) geneesmiddel in het buitenland aan een Nederlandse verzekerde als…

Gerechtshof Den Haag, 11 november 2025

Zaakgegevens

Op 11 november 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 november 2025
Datum publicatie
24 juli 2026
Zaaknummer
200.281.045/01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. T.R.M van Helmond uit Amsterdam, mr. H.F.K. Schultz uit Amsterdam
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:3063
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geldt de verstrekking van een (kostbaar) geneesmiddel in het buitenland aan een Nederlandse verzekerde als verzekerde zorg onder de Zorgverzekeringswet, ook al gold hiervoor destijds in Nederland nog geen handelsvergunning? Benoeming deskundige ter bepaling van de dekkingsaanspraak.

(zie ook ECLI:NL:GHDHA:2022:2877, ECLI:NL:GHDHA:2022:2878, ECLI:NL:HR:2024:1416, ECLI:NL:GHDHA:2025:3062)

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.281.045/02
Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/562492 / HA ZA 18-1125

arrest van 11 november 2025

inzake

Avéro Achmea Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Leiden,

appellante,

hierna te noemen: Avéro Achmea,

advocaat: mr. T.R.M. van Helmond uit Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde] (overleden),

gekozen woonplaats [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. H.F.K. Schultz uit Amsterdam.

1 Het geding

Voor het verloop van het geding tot aan het arrest van 7 oktober 2025 verwijst het hof naar dat arrest. Het hof heeft met dat arrest de zaak naar de rol verwezen voor aktes. Partijen hebben daarop gelijktijdig aktes genomen op 21 oktober 2025 en vervolgens is weer gefourneerd voor arrest.

2 Verdere beoordeling

2.1.

Met het arrest van 7 oktober 2025 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de door het hof voorgestelde aanpassing op de vraagstelling aan de te benoemen deskundige. Ook heeft het hof [geïntimeerde] in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorgenomen benoeming van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) (mevrouw [naam] MSc, beleidsmedewerker tweedelijns somatische zorg, Directie Regulering) als deskundige.

2.2.

In hun aktes hebben beide partijen te kennen gegeven in te stemmen met de voorgestelde aangepaste vraagstelling en benoeming. [geïntimeerde] heeft te kennen gegeven nog steeds de voorkeur te geven aan benoeming van in totaal drie deskundigen, dus nog twee extra naast de NZa ([naam]). Het hof acht de voorliggende kwestie echter genoegzaam belegd bij de NZa als enig deskundige. Deze benoeming zal het hof daarom doen.

3 Beslissing

Het hof:

3.1.

Bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de volgende vragen:

  1. Waren ten tijde van de behandeling van [geïntimeerde] in maart en/of april 2018 dbc-zorg- en/of overige producten en/of anderszins prestatiebeschrijvingen in de zin van artikel 35 Wmg vastgesteld die passen bij de zorg die [geïntimeerde] blijkens de nota’s die als productie 14 bij de inleidende dagvaarding in het geding zijn gebracht, heeft genoten? Indien u deze vraag op basis van de nota’s en de specificaties daarbij, in het bijzonder ook de rapportage die als onderdeel van productie 18 bij de inleidende dagvaarding in het geding is gebracht, niet kunt beantwoorden, wilt u zich dan met partijen verstaan over hoe de ontbrekende informatie alsnog kan worden achterhaald?

  2. Voor zover sprake was van vaste of maximumtarieven in Nederland: welke?

  3. Voor zover sprake was van vrije tarieven in Nederland, dan wel geen sprake was van een door de NZa vastgestelde prestatiebeschrijving of tarief (dbc-zorg- of overig product): wat waren naar uw oordeel naar Nederlandse marktomstandigheden geldende of passende tarieven, rekening houdend met de in 6.4.18-19 van het arrest van 21 juni 2022 genoemde onderwerpen?

  4. Heeft u verder nog opmerkingen die naar uw oordeel voor de beoordeling van deze zaak van belang zouden kunnen zijn?

3.2.

Benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

Nederlandse Zorgautoriteit

mevrouw [naam] MSc, beleidsmedewerker tweedelijns somatische zorg, Directie Regulering (aanwezig vanaf 17 november 2025)

Postbus 3017

3502AU Utrecht

e-mail: [e-mailadres 1]

telefoonnummer: [telefoonnummer]

voor hulp bij digitale aanlevering van stukken: [e-mailadres 2]; zie ook https://www.nza.nl/over-de-nza/veilig-gegevens-aanleveren

3.3.

Bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt.

3.4.

Bepaalt dat Avéro Achmea binnen een week na heden een kopie van het volledige procesdossier aan de deskundige toezendt, bij voorkeur in digitale vorm (via Zivver).

3.5.

Benoemt tot raadsheer-commissaris mr. J.W. Frieling.

3.6.

Bepaalt dat de deskundige haar onderzoek in beginsel zelfstandig zal verrichten, maar als de raadsheer-commissaris daarvoor aanleiding ziet, onder zijn leiding.

3.7.

Bepaalt dat de deskundige bij het verrichten van haar werkzaamheden naast de normen van haar beroepsgroep ook de leidraad deskundigen in civiele zaken in acht dient te nemen.

3.8.

Bepaalt dat de deskundige haar schriftelijk bericht aan de griffie handel van dit hof (Postbus 20302, 2500 EH Den Haag, P2-267A) zal zenden vóór 1 februari 2026. Uit dat bericht moet blijken:
a. dat de deskundige partijen in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen waarvan de inhoud in het bericht moet worden vermeld;
b. dat de deskundige, voordat zij een definitief rapport gaat opstellen, partijen een conceptrapport heeft gestuurd en zij partijen daarbij in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken en verzoeken te doen, waarvan de inhoud in het definitieve bericht moet worden vermeld.

3.9.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Frieling, P.M. Verbeek en B.R. ter Haar, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025 in aanwezigheid van de griffier.