Verbintenissenrecht
Bewijsopdracht met betrekking tot de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Gerechtshof Den Haag, 22 september 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:3074 · Gerechtshof Den Haag · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/civiel-recht/verbintenissenrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2026-3074
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 16 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.348.986/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R. van Biezen, mr. P. Salim
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2026:3074
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewijsopdracht met betrekking tot de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.348.986/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/659098 / HA ZA 24-10
Arrest van 22 september 2026
in de zaak van
JG Flexible Services B.V.,
gevestigd in Leidschendam,
appellante,
advocaat: mr. R. van Biezen, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
Interm-Project B.V.,
gevestigd in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P. Salim, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna JG en Interm.
1 De zaak in het kort
Tussen partijen staat de inhoud van de tussen hen gesloten overeenkomst niet vast. JG mag eerst bewijzen dat partijen hebben afgesproken wat zij stelt.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
-
de dagvaarding van 12 november 2024, waarmee JG in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 14 augustus 2024 (hierna: het bestreden vonnis);
-
de memorie van grieven van JG, met bijlagen;
-
de memorie van antwoord van Interm, met bijlagen;
-
de bijlage H5 die JG ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
Op 10 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
3 Feitelijke achtergrond
JG is een arbeidsbemiddeling- en administratiekantoor. Interm is een uitzendbureau.
In januari 2022 hebben JG en Interm een mondelinge overeenkomst gesloten met betrekking tot de inzet van arbeidskrachten op een project van Ballast Nedam (hierna: het project). JG en Interm hebben hierbij afgesproken dat Interm zou optreden als contractspartij met Ballast Nedam.
In dit kader heeft JG op 20 januari 2022 gegevens (een naam en e-mailadres) en een concept e-mail naar Interm gestuurd voor het opstellen van een offerte aan Ballast Nedam voor het leveren van gecertificeerde pijpfitters vanaf 24 januari 2022. Interm heeft vervolgens deze e-mail onder haar naam naar Ballast Nedam gestuurd waarna er tussen Interm en Ballast Nedam een overeenkomst tot stand is gekomen.
JG heeft arbeidskrachten ([betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4]) aangedragen aan Interm, die via Interm vanaf eind januari 2022 gedurende enige tijd hebben gewerkt op het project. Interm heeft zelf ook arbeidskrachten gezocht en aangedragen bij Ballast Nedam die gedurende enige tijd hebben gewerkt op het project.
JG en Interm hebben mondeling afspraken gemaakt over een vergoeding die Interm verschuldigd is aan JG in verband met de geleverde arbeid op het project.
4 Procedure bij de rechtbank
JG heeft Interm gedagvaard en gevorderd:
-
dat de rechtbank voor recht verklaart dat er tussen JG en Interm een overeenkomst tot stand is gekomen waarbij Interm zich verplicht heeft om aan JG een fee te betalen per gewerkt uur per door of via Interm geplaatste arbeidskracht op het project van Ballast Nedam;
-
Interm te veroordelen om, op straffe van een dwangsom, aan JG de volgende stukken ter zake het Ballast Nedam project te verstrekken:
-
een afschrift van de overeenkomst uit 2022 tussen Interm en Ballast Nedam, inclusief alle bijlagen;
-
de namen van alle door Interm geplaatste arbeidskrachten;
-
uitdraai van alle gewerkte uren per arbeidskracht;
-
specificatie van toegepaste verhogingen van de uurtarieven, uit bijvoorbeeld overwerk, weekenddienst etc;
-
kopieën van alle werkbriefjes/urenbriefjes;
-
originele werkroosters en alle andere relevante stukken waaruit de omvang van de gewerkte uren blijkt van alle door of via Interm geplaatste arbeidskrachten op het project van Ballast Nedam;
-
alle door Interm aan Ballast Nedam verzonden facturen vanaf 1 januari 2022 tot aan datum vonnis, met verklaring van een onafhankelijke, onder tuchtrecht vallende, accountant -RA of AA- dat de verstrekte facturen compleet zijn en er geen andere facturen bestaan die vanaf 1 januari 2022 door Interm aan Ballast Nedam zijn verzonden;
-
alle andere informatie die relevant is voor het opstellen van de afrekening door JG;
3. Interm te veroordelen in de kosten te vermeerderen met rente.
De rechtbank heeft Interm, op straffe van een dwangsom, veroordeeld tot het verstrekken van afschriften aan JG van de urenbrieven van de gewerkte uren van de heren [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] in het project van Ballast Nedam binnen 14 dagen nadat het vonnis aan Interm is betekend. Verder heeft de rechtbank JG veroordeeld in de proceskosten en het meer of anders gevorderde afgewezen.
5 Vorderingen in hoger beroep
JG vordert de vernietiging van het bestreden vonnis en het door JG in eerste aanleg gevorderde alsnog toe te wijzen. Daarnaast vordert zij Interm te veroordelen tot terugbetaling van wat JG ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Interm heeft voldaan, te vermeerderen met rente en Interm te veroordelen in de kosten van het hoger beroep, te vermeerderen met rente.
Interm heeft verzocht de vorderingen van JG af te wijzen en JG te veroordelen in de kosten van de procedure.
6 Beoordeling in hoger beroep
Partijen strijden allereerst over de vraag welke afspraken tussen hen zijn gemaakt in het kader van het project. JG stelt dat zij met Interm heeft afgesproken dat Interm haar voor iedere (en dus niet alleen voor de door JG aangebrachte arbeidskrachten) door Interm bij Ballast Nedam geplaatste arbeidskracht een fee van € 2,- per gewerkt uur zou betalen, in geval van eventueel overwerk te verhogen met hetzelfde percentage als waarmee het overwerk door Balast Nedam is verloond. Interm heeft deze afspraak gemotiveerd betwist. Zij stelt dat is afgesproken dat zij alleen voor de door JG aangedragen arbeidskrachten € 2,- per uur (ook voor de overuren) aan JG zou betalen. De grieven van JG zijn erop gericht dat de rechtbank ten onrechte het bestaan van de door haar gestelde afspraak niet heeft aangenomen.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door Interm staat de door JG gestelde inhoud van de overeenkomst echter niet vast. Omdat JG zich op de rechtsgevolgen in haar voordeel van de door haar gestelde inhoud van de overeenkomst beroept, draagt zij de bewijslast van de door haar gestelde inhoud van de overeenkomst. JG heeft bewijs aangeboden van haar stellingen. Het hof zal JG tot het leveren van dit bewijs toelaten.
De overige beslissingen worden in afwachting van de bewijslevering aangehouden. Of JG recht heeft op (al) de gevorderde bescheiden is namelijk afhankelijk van de precieze inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst. Pas als de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst vaststaat, kan beoordeeld worden of en zo ja, welke bescheiden Interm aan JG ter beschikking moet stellen.
Conclusie
Het hof zal JG in de gelegenheid stellen bewijs te leveren. Als JG getuigen wil laten horen zal het getuigenverhoor worden afgenomen door mr. M. Verkerk, die het hof als raadsheer-commissaris zal benoemen.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
7 Beslissing
Het hof:
-
laat JG toe tot het leveren van het bewijs dat zij met Interm heeft afgesproken dat Interm haar voor iedere door Interm bij Ballast Nedam geplaatste arbeidskracht een fee van € 2,- per gewerkt uur zou betalen, in geval van eventueel overwerk te verhogen met hetzelfde percentage als waarmee het overwerk door Balast Nedam is verloond;
-
bepaalt dat als JG getuigen wil laten horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een van de zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 in Den Haag op vrijdag 30 oktober 2026 om 13:30 uur;
-
benoemt mr. M. Verkerk als raadsheer-commissaris, die de getuigenverhoren zal afnemen;
-
bepaalt dat de raadsheer-commissaris (in beginsel een keer) een nieuwe datum voor de getuigenverhoren zal vaststellen als een van beide partijen dit binnen twee weken na dit arrest schriftelijk verzoekt onder opgave van verhinderdata van beide partijen;
-
wijst JG op de eerste zin van artikel 170 Rv: “De namen en woonplaatsen van de getuigen worden tenminste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier opgegeven.”
-
deelt mee dat het hof al beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers in eerste aanleg en in hoger beroep, zodat het niet nodig is die voor een getuigenverhoor nog een keer over te leggen;
-
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M. Verkerk, E.I. Mentink en W.H.A.C.M. Bouwens en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026 in aanwezigheid van de griffier.