Strafrecht overig
Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart de dagvaarding in eerste…
ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6796 · Gerechtshof Den Haag · 12 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2013-bz6796
Zaakgegevens
Op 12 maart 2013 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 maart 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 22-004880-12
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6796
Samenvatting
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag ter zake van het ten laste gelegde, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Uitspraak
Aantekening mondeling arrest
Gerechtshof Den Haag
Rolnummer: 22-004880-12
Parketnummer: 09-090157-12
TEGENSPRAAK
Uitspraak van de enkelvoudige strafkamer van 12 maart 2013 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [ ],
voornamen: [ ],
geboren op [ ] te [ ],
wonende te [ ].
Geldigheid inleidende dagvaarding
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw namens de verdachte het verweer gevoerd dat de betekening van de inleidende dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter te Den Haag van 12 september 2012 niet op juiste wijze heeft plaats gevonden omdat die dagvaarding niet aan de verdachte in persoon is uitgereikt maar aan een ander, terwijl op die akte is ingevuld dat de dagvaarding in persoon is uitgereikt. De raadsvrouw heeft daarbij opgemerkt dat de handtekening die op de akte van uitreiking is geplaatst niet van de verdachte is.
Het hof stelt vast dat op akte van uitreiking is ingevuld dat de dagvaarding aan de verdachte in persoon is uitgereikt en dat een handtekening is geplaatst die niet lijkt op de handtekening van de verdachte op een ander schriftelijk stuk in het dossier, namelijk het zogenaamde "Antwoordformulier CJIB". Er is bovendien ondertekend met de naam "[ ]". Nu de verdachte zich op het standpunt stelt dat niet hij maar een ander de dagvaarding in ontvangst heeft genomen, is de akte van uitreiking kennelijk onjuist ingevuld.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de betekening van de inleidende dagvaarding niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van
artikel 588 van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op het belang van een juiste betekening is het hof van
oordeel dat de inleidende dagvaarding - mede in aanmerking genomen dat de verdachte niet ter
terechtzitting in eerste aanleg is verschenen - nietig dient te worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Den Haag ter zake van het ten laste gelegde, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door mr. A.L.J. van Strien, in bijzijn van griffier mr. K. Kiela.