Strafrecht overig
Integrale vrijspraak. Het hof heeft uit de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de…
Gerechtshof Den Haag, 28 november 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:3232 · Gerechtshof Den Haag · 28 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2018-3232
Zaakgegevens
Op 28 november 2018 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 28 november 2018
- Datum publicatie
- 28 november 2018
- Zaaknummer
- 22-003550-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2018:3232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Integrale vrijspraak. Het hof heeft uit de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte de tenlastegelegde mishandeling heeft begaan.
Uitspraak
Rolnummer: 22-003550-17
Parketnummer: 09-083013-17
Datum uitspraak: 28 november 2018
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 17 mei 2018 en 14 november 2018.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 7 mei 2017 te 's-Gravenhage [aangeefster] heeft mishandeld door voornoemde [aangeefster] te duwen waardoor zij ten val kwam.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Het hof heeft uit de wettige bewijsmiddelen zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 7 mei 2017 onder parketnummer 09-083013-17.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,
mr. R.M. Bouritius en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. W. Jansen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 november 2018.
Mr. B.P. de Boer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.