Strafrecht overig

De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest…

Gerechtshof Den Haag, 2 december 2020

Zaakgegevens

Op 2 december 2020 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
2 december 2020
Datum publicatie
2 december 2020
Zaaknummer
22-003199-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2020:2265
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 2 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2020:2265

  2. Conclusie A-G · 12 mei 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:637
  3. Hoge Raad · 23 juni 2026

    ECLI:NL:HR:2026:953

Uitspraak

Rolnummer: 22-003199-19

Parketnummer: 16-230875-18

Datum uitspraak: 18 november 2020

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedatum] 1987,

adres: [adres] [woonplaats] .

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de politierechter op de terechtzitting van 5 december 2018 de gevangenhouding bevolen.

Verwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag

De zaak is onder rolnummer 21-007029-18 aanhangig gemaakt bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, en vervolgens - op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) in verband met de “Regeling tijdelijke aanwijzing gerechtshof Den Haag voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2019” (Stcrt. 2019, nr. 2561595) - verwezen naar het gerechtshof Den Haag, dat ingevolge genoemde Regeling is aangewezen als ander gerechtshof als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, RO.


Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Uit de stukken blijkt niet dat hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 5 december 2018. De appelakte van 19 december 2018 van de Rechtbank Midden-Nederland vermeldt immers – voorzover van belang- : “ [de advocaat] verklaarde namens [verdachte] hoger beroep in te stellen tegen de beschikking m.b.t. de vordering tot gevangenhouding, door de politierechter in deze rechtbank op 5 december 2018 gegeven.”

Derhalve zal het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk, mr. O.E.M. Leinarts en mr. A.M. Hol, in bijzijn van de griffier mr. L.E.M. Marsman.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 november 2020.

Mr. A.M. Hol is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

Mr. L.E.M. Marsman is buiten staat dit arrest te ondertekenen.