Strafrecht overig

Wetboek van Strafrecht, art. 36e Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming…

Zaakgegevens

Op 11 juli 2023 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 juli 2023
Datum publicatie
14 juli 2023
Zaaknummer
2200546219PO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:1349
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wetboek van Strafrecht, art. 36e

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-005462-19 PO

Parketnummer: 10-997513-15

Datum uitspraak: 11 juli 2023

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2019 in de ontnemingszaak tegen de betrokkene:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

adres: [adres].

Procesgang

Bij arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit gerechtshof van 11 juli 2023 is de betrokkene voor zover hier van belang ter zake van het in zijn strafzaak onder 6b bewezenverklaarde, gekwalificeerd als:

witwassen, meermalen gepleegd

veroordeeld tot een geldboete.

De meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 18 november 2019 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 22.350,- en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat dat bedrag.

Namens de betrokkene is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.

Vordering van het openbaar ministerie

De oorspronkelijke vordering van het openbaar ministerie houdt in dat het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat, zal worden vastgesteld op € 103.575,- en dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie deze vordering beperkt tot een bedrag van

€ 73.785,-.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel, alsmede de betalingsverplichting, zal worden vastgesteld op

€ 73.785,-.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling in hoger beroep van de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel betrekt het hof dat de betrokkene bij arrest van 11 juli 2023 van dit gerechtshof is vrijgesproken van het in zijn strafzaak onder 6a tenlastegelegde, te weten het medeplegen van witwassen van een geldbedrag van €73.875,00.

Nu de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op het in zijn strafzaak onder 6a tenlastegelegde, voor welk feit in hoger beroep geen veroordeling is gevolgd, verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,

mr. A.L. Frenkel en mr. T.J. Sleeswijk Visser, in bijzijn van de griffier mr. S. Roos.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juli 2023.

Mr. H.C. Plugge en mr. A.L. Frenkel zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.