Strafrecht overig

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen van de aangeefster op de bewezenverklaarde…

Gerechtshof Den Haag, 19 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
19 oktober 2023
Datum publicatie
10 april 2024
Zaaknummer
22-002348-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2833
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen van de aangeefster op de bewezenverklaarde wijze. Daarmee heeft hij haar pijn en letsel bezorgd en inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 19 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2833

  2. Conclusie A-G · 10 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:16
  3. Hoge Raad · 21 april 2026

    ECLI:NL:HR:2026:683

Uitspraak

Rolnummer: 22-002348-22

Parketnummer: 09-079828-22

Datum uitspraak: 19 oktober 2023

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis, waarvan € 250,00, subsidiair 5 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2021 te Delft [slachtoffer] heeft mishandeld door in het gezicht te stompen/slaan.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 500,00, subsidiair 10 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2021 te Delft [slachtoffer] heeft mishandeld door in het gezicht te stompen/slaan.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2023 afgelegde verklaring van de getuige [getuige] als niet betrouwbaar moet worden beschouwd doordat mogelijk sprake is van besmetting, waardoor deze niet voor het bewijs kan worden gebezigd.

Het hof zal de ter terechtzitting in hoger beroep van 5 oktober 2023 afgelegde verklaring van de getuige [getuige] niet bezigen voor het bewijs. Het verweer van de raadsman behoeft dan ook geen nadere bespreking.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het mishandelen van de aangeefster op de bewezenverklaarde wijze. Daarmee heeft hij haar pijn en letsel bezorgd en inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 september 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit,

mr. TH.P.L. Bot en mr. H.C. Wiersinga, in bijzijn van de griffier mr. M.T. Huynh.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 oktober 2023.