Strafrecht overig
Veroordeling voor diefstal en opzetheling
ECLI:NL:GHDHA:2024:2959 · Gerechtshof Den Haag · 13 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2024-2959
Zaakgegevens
Op 13 december 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 december 2024
- Datum publicatie
- 1 september 2026
- Zaaknummer
- 22-000046-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2959
Samenvatting
Veroordeling voor diefstal en opzetheling
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-000046-24
Parketnummers: 09-189737-23 en 96-309643-20 (TUL)
Datum uitspraak: 13 december 2024
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 22 december 2023 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen hechtenis alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag met aftrek van voorarrest. Tevens is beslist op de vordering van de benadeelde partij en is de tenuitvoerlegging gelast van de voorwaardelijke veroordeling.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2023 tot en met 30 juli 2023 te 's-Gravenhage, een elektrische fiets (merk Tenways, framenummer [framenummer 1] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
hij op of omstreeks 29 juli 2023 te Rijswijk een elektrische fiets (merk Ghost, framenummer [framenummer 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te 's-Gravenhage, een fiets (merk Corona, framenummer [framenummer 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag met aftrek van voorarrest.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1
De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 ten laste is gelegd. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Verbalisanten relateren in het proces-verbaal van 30 juli 2023 dat zij de verdachte in de middag van 30 juli 2023 gezien hebben terwijl hij van een fiets stapte en 2 elektrische fietsaccu’s in de handen had. De opsporingsambtenaren herkennen de verdachte van een briefingsitem van een dag geleden, naar aanleiding van een fietsendiefstal. Ze houden de verdachte dan ook aan en plaatsen hem in het dienstvoertuig. Vervolgens zien zij, ter hoogte van de plek waar de verdachte van de fiets stapte, twee fietsen tegen een lantaarnpaal staan. Beide fietsen zijn met een lang hangslot aan elkaar verbonden. Eén van de twee fietsen betreft een gestolen fiets van het merk Tenways. De andere fiets is van het merk Brinckers en staat niet als gestolen vermeld.
De verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat de fiets van het merk Tenways bij de lantaarnpaal terechtkwam omdat ‘“die gozer” de fiets daar heeft neergezet’. De fiets zou daar sinds 3 dagen staan.
Het hof kan op grond van voornoemd proces-verbaal niet vaststellen dat de verdachte de fiets met het merk Tenways heeft geheeld, nu het dossier geen uitsluitsel biedt over de vraag of de verdachte de fiets onder zich heeft gehad, laat staan over de wijze waarop de verdachte de betreffende fiets heeft verworven of voorhanden heeft gehad. Het voorgaande brengt het hof dan ook tot de conclusie dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
hij op of omstreeks 29 juli 2023 te Rijswijk een elektrische fiets (merk Ghost, framenummer [framenummer 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2023 tot en met 30 juli 2023 te 's-Gravenhage, een fiets (merk Corona, framenummer [framenummer 3] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
opzetheling.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en heling van fietsen. Door een fiets te stelen heeft de verdachte hinder en schade veroorzaakt bij de eigenaar van die fiets. Door een fiets te helen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen.
De verdachte heeft door het plegen van deze feiten blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van een ander.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 november 2024, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur - gelijk aan de duur van het reeds ondergane voorarrest -alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden hoogte een passende en geboden reactie vormen.
Vordering tot schadevergoeding [de benadeelde partij 2] niet meer aan de orde
In het onderhavige strafproces heeft [de benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het onder 3 tenlastegelegde.
In eerste aanleg is deze benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De vordering is in hoger beroep niet gehandhaafd, waardoor deze nu niet meer aan de orde is.
Vordering tenuitvoerlegging 96-309643-20
Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 juni 2021 onder parketnummer 96-309643-20 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, met bevel dat die gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging geheel toe te wijzen, met dien verstande dat de week gevangenisstraf zal worden omgezet in een taakstraf voor de duur van 16 uren.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet-tenuitvoergelegde straf is derhalve gegrond.
Het hof ziet ook grond om deze vordering toe te wijzen.
In plaats van de week gevangenisstraf zal het hof evenwel - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken - een taakstraf voor de duur van 30 uren gelasten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 63, 310 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) dag.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Beveelt in plaats van de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 juni 2021 met parketnummer 96-309643-20, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 week, een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 1 (één) week hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. M.A.J. van de Kar, mr. F.W. Pieters en mr. E.J Henrichs, in bijzijn van de griffier mr. I.M.A. Schipper.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 december 2024.
mr. F.W. Pieters en mr. E.J Henrichs zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.