Strafrecht overig

Hof stelt zelf verminderde toerekeningsvatbaarheid vast. Nader onderzoek NIFP niet nodig.

Gerechtshof Den Haag, 4 maart 2025

Zaakgegevens

Op 4 maart 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
4 maart 2025
Datum publicatie
2 april 2025
Zaaknummer
22-003753-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:549
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hof stelt zelf verminderde toerekeningsvatbaarheid vast. Nader onderzoek NIFP niet nodig.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003753-23

Parketnummer: 09-226889-23

Datum uitspraak: 4 maart 2025

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 1 december 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1978,

brp-adres: [woonadres], [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 september 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] een (smeer)mes te tonen en/of (vervolgens) met een (smeer)mes stekende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] te maken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 7 september 2023 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] een (smeer)mes te tonen en/of (vervolgens) met een (smeer)mes stekende bewegingen in de richting van die [slachtoffer] te maken.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat het bewezenverklaarde hem niet kan worden toegerekend.

Het hof overweegt als volgt.

De raadsman heeft stukken overgelegd van de psychotherapeut bij wie de verdachte onder behandeling is. Het hof leidt uit deze stukken af dat de verdachte is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in de impulsbeheersing. Hierdoor wordt de verdachte snel ‘getriggerd’ en emotioneel ontregeld. Hoewel deze diagnose is gesteld na het bewezenverklaarde, acht het hof het aannemelijk dat deze stoornissen reeds ten tijde van het bewezenverklaarde bij de verdachte aanwezig waren, nu deze samenhangen met traumatische gebeurtenissen in zijn verleden. Het hof acht voorts aannemelijk dat deze stoornissen van invloed zijn geweest op het bewezenverklaarde handelen van de verdachte, in die zin dat dit hem in verminderde mate kan worden toegerekend. Het hof acht evenwel niet aannemelijk dat deze invloed zodanig is geweest dat het bewezenverklaarde de verdachte in het geheel niet kan worden toegerekend. De verdachte is - als gevolg van zijn stoornissen - in een voor hem stressvolle situatie emotioneel ontregeld, maar niet aannemelijk is dat hij niet kon begrijpen dat het bewezenverklaarde handelen wederrechtelijk was en evenmin dat hij niet in staat was in overeenstemming met zijn begrip van de wederrechtelijkheid daarvan te handelen.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft verzocht, mocht het hof niet tot een oordeel kunnen komen over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte op grond van de overgelegde stukken, de verdachte door het NIFP te laten onderzoeken en daarover getuigen te mogen horen. Uit het voorgaande volgt echter dat het hof een oordeel heeft kunnen geven over de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. De door de raadsman aan het verzoek verbonden voorwaarde is dan ook niet ingetreden.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft een medewerker van [organisatie], een organisatie die psychisch kwetsbare personen zoals de verdachte ondersteunt, met een boterham-mes bedreigd.

Het gebeurde is voor het slachtoffer en anderen die daarvan getuige zijn geweest beangstigend geweest.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 februari 2025.

Het hof betrekt in strafmatigende zin dat het bewezenverklaarde de verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend, zoals hiervoor reeds is overwogen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. B.W. Mulder, als voorzitter, en mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. C.M.M. Oostdam, leden, in bijzijn van de griffier mr. V.V. de Lange.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 maart 2025.

Mr. C.M.M. Oostdam is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.