Strafrecht overig

Vrijspraak valsheid in geschrift. Betrokkenheid verdachte bij opstellen facturen kan niet worden vastgesteld…

Zaakgegevens

Op 9 september 2026 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
9 september 2026
Datum publicatie
22 september 2026
Zaaknummer
22-001473-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2026:2911
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vrijspraak valsheid in geschrift. Betrokkenheid verdachte bij opstellen facturen kan niet worden vastgesteld. Onvoldoende bewijs voor medeplegen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-001473-23

Parketnummer: 83-144034-21

Datum uitspraak: 9 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 11 mei 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 40 dagen hechtenis en tot een geldboete ter hoogte van € 10.000,- subsidiair 85 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2017 tot en met 22 mei 2019 te Rijswijk en/of Den Haag, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meerdere geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

(een) factu(u)r(en)

- van [bedrijfsnaam 1] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 24 augustus 2017 met factuurnummer [factuurnummer 1] en/of

- van [bedrijfsnaam 1] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 1 juni 2018 met factuurnummer [factuurnummer 2] en/of

- ( afkomstig van) [bedrijfsnaam 3] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 29 oktober 2018 met factuurnummer [factuurnummer 3] en/of

- van [bedrijfsnaam 4] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 25 februari 2019 met factuurnummer [factuurnummer 4] en/of

- van [bedrijfsnaam 4] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 22 mei 2019 met factuurnummer [factuurnummer 5] ,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft /hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens) in strijd met de waarheid:

- in voornoemde factu(u)ren werkzaamheden en/of diensten (doen laten) vermeld(en) die in werkelijkheid niet (volledig) hebben plaatsgevonden en/of niet zijn geleverd althans niet door [bedrijfsnaam 1] en/of [bedrijfsnaam 3] en/of [bedrijfsnaam 4] zijn verricht ten behoeve van [bedrijfsnaam 2]

zulks (telkens) met het oogmerk om dit/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


[bedrijfsnaam 2] ,

in of omstreeks de periode 24 augustus 201 7 tot en met 22 mei 2019,

te Rijswijk en/of Den Haag, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meerdere geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) factu(u)r(en)

- van [bedrijfsnaam 1] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 24 augustus 2017 met factuurnummer [factuurnummer 1] en/of

- van [bedrijfsnaam 1] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 1juni 2018 met factuurnummer [factuurnummer 2] en/of

- ( afkomstig van) [bedrijfsnaam 3] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 29 oktober 2018 met factuurnummer [factuurnummer 3] en/of

- van [bedrijfsnaam 4] gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 25 februari 2019 met factuurnummer [factuurnummer 4] en/of

- van [bedrijfsnaam 4] . gericht aan [bedrijfsnaam 2] d.d. 22 mei 2019 met factuurnummer [factuurnummer 5] ,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft /hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) in strijd met de waarheid:

- in voornoemde factu(u)ren werkzaamheden en/of diensten (doen laten) vermeld(en) die in werkelijkheid niet (volledig) hebben plaatsgevonden en/of niet zijn geleverd; en/of

- voornoemde factu(u)ren opgenomen en/of doen/laten opnemen in de administratie van [bedrijfsnaam 2] ,

zulks (telkens) niet het oogmerk om dit/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, terwijl hij, verdachte, tot het plegen van bovenomschreven strafbare feit (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan bovenomschreven gedraging(en) leiding heeft gegeven.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren en een geldboete ter hoogte van € 9.000,-.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld – verkort weergegeven –dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrifte ten aanzien van de tenlastegelegde facturen.

Het hof overweegt als volgt.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de facturen zelf heeft opgemaakt zodat hij niet als pleger van het tenlastegelegde kan worden aangemerkt. Het hof staat vervolgens voor de vraag of sprake is van medeplegen.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit in de vorm van medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook wanneer het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Het hof leidt uit het dossier af dat de tenlastegelegde facturen zijn aangetroffen in de administratie van het administratiekantoor [naam administratiekantoor] van medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). Uit het verhandelde ter terechtzitting volgt dat [bedrijfsnaam 2] , waarvan de verdachte de enig aandeelhouder en bestuurder is, deze facturen heeft ontvangen en betaald. Op basis van het dossier kan voorts worden vastgesteld dat de verdachte en [medeverdachte] eenmaal contact hebben gehad. Dit zag volgens de verdachte op de aanvraag van een hypotheek. Het is bij een eenmalig contact gebleven. Er is, in tegenstelling tot derden die voorkomen in het dossier, tussen de verdachte en [medeverdachte] geen communicatie zoals WhatsAppberichten aangetroffen waarin wordt gesproken over facturen.

Het hof is van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende kan worden vastgesteld dat de verdachte betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van de facturen. Aldus is de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte niet komen vast te staan. Deze nauwe en bewuste samenwerking kan naar het oordeel van het hof in casu evenmin worden afgeleid uit het (enkele) feit dat de verdachte de – volgens de opsteller van de tenlastelegging: valse - facturen heeft betaald en opgenomen in zijn administratie. Dit betekent dat reeds op deze grond vrijspraak dient te volgen.

Gelet op het voorgaande, en nu uit het dossier volgt dat het de verdachte was die de dagelijkse administratie voor [bedrijfsnaam 2] verzorgde en de rekeningen betaalde, is evenmin sprake van (mede)plegen door [bedrijfsnaam 2] zodat ook ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde vrijspraak dient te volgen.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte verzocht de (oud) FIOD-verbalisanten [naam FIOD-verbalisant 1] en [naam FIOD-verbalisant 2] als getuige te horen in geval van een veroordeling. Nu het hof de verdachte vrijspreekt, is de voorwaarde voor het voorwaardelijk verzoek niet vervuld zodat daarop geen beslissing zal worden genomen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. R. van der Hoeven, als voorzitter, mr. K. Versteeg en mr. F.W. Pieters, leden, in bijzijn van de griffier mr. E. Savans.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 september 2026.