Strafrecht overig
Gerechtshof Den Haag · Verschoning · Strafrecht overig
ECLI:NL:GHDHA:2024:2861 · Gerechtshof Den Haag · 22 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/verschoning/ecli-nl-ghdha-2024-2861
Zaakgegevens
Op 22 juli 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 juli 2024
- Datum publicatie
- 25 augustus 2025
- Zaaknummer
- 200.343.681/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W. Hendrickx te Utrecht
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2861
Samenvatting
Verschoningsverzoek.
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer verschoningzaak : 200.343.681/01
Rolnummer hoofdzaak : 22-000328-23
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 22 juli 2024
inzake het schriftelijk verzoek om verschoning, als bedoeld in artikel 517 van het Wetboek van Strafvordering van
mr. C.M. Derijks
raadsheer in dit gerechtshof
hierna: de raadsheer
als lid van de meervoudige strafkamer belast met de behandeling van de zaak met rolnummer 22-000328-23,
van
[verdachte] , verdachte,
advocaat: mr. W. Hendrickx te Utrecht,
De procedure
1. Op 3 mei 2024 is een pro formazitting gehouden in de strafzaak van verdachte.
2. Op 26 juli 2024 staat een volgende pro forma zitting gepland. De raadsheer is op deze zitting ingedeeld.
3. Bij verzoekschrift van 18 juli 2024 heeft de raadsheer verzocht zich in deze zaak te mogen verschonen. Een kopie van het verzoekschrift is aan deze beslissing gehecht.
4. De meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken heeft de zaak buiten zitting behandeld.
Het verschoningsverzoek
5. Het verschoningsverzoek is – samengevat – gebaseerd op het feit dat de partner van de raadsheer in een eerder stadium van de behandeling bemoeienis heeft gehad met de zaak. De raadsheer heeft dit recentelijk ontdekt. De raadsheer ziet daarin aanleiding te verzoeken om zich te mogen verschonen.
Beoordeling van het verschoningsverzoek
6. In artikel 517 in verbinding met artikel 512 Sv is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, elk van de rechters die een zaak behandelt kan verzoeken zich te mogen verschonen. Er dient naar aanleiding van het ingediende verschoningsverzoek te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
7. Bij beoordeling van een verschoningsverzoek dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor verschoning als de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is.
8. Gelet op de in het verzoek gegeven toelichting is de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van oordeel dat het verzoek voor toewijzing vatbaar is, aangezien de daarin aangevoerde gronden dusdanig zijn dat, ongeacht de persoonlijke instelling van de raadsheer, de vrees voor partijdigheid van de raadsheer objectief gerechtvaardigd is.
9. Het verzoek om verschoning zal daarom worden toegewezen.
Beslissing
Het hof:
- wijst toe het door mr. C.M. Derijks gedane verzoek om verschoning in de zaak met zaaknummer 22-000328-23;
- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan partijen, de raadsheer die om verschoning heeft verzocht, mrs. Du Pon en Van Engelen (als behandelend raadsheren in de hoofdzaak) en de teamvoorzitter Straf team 4.
Deze beslissing is gegeven op 22 juli 2024 door mrs. M.A.F. Tan – de Sonnaville, I. Reijngoud en O.E.M. Leinarts in aanwezigheid van de griffier T. van Limbergen.