Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden · Hoger beroep · Bestuursstrafrecht

Gerechtshof Leeuwarden, 28 maart 2001

Zaakgegevens

Op 28 maart 2001 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
28 maart 2001
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00401
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0135
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

WAHV 00/00401

28 maart 2001

CJIB 28594695

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter te Sittard

van 27 september 2000

betreffende

[naam] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats].

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 170,= opgelegd ter zake van “overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h“, welke gedraging zou zijn verricht op 28 juli 1999 te 20.45 uur op de Rijksweg A2, Oostbaan, in de gemeente Born.

3.2. De betrokkene ontkent niet dat hij de gedraging heeft verricht. De betrokkene stelt echter dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een sanctie niet billijken. Daartoe voert hij onder meer aan dat de betreffende gedraging niet gevaarzettend is geweest. Voorts stelt de betrokkene dat de snelheidslimieten ten aanzien van motorrijders soepeler gehanteerd zouden moeten worden.

3.3. Het hof is van oordeel dat de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden niet van dien aard zijn dat zij het opleggen van een sanctie niet billijken en dat deze evenmin van dien aard zijn dat deze tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden. Het hof is voorts van oordeel, dat ook voor motorrijders onverkort een maximumsnelheid geldt, niet anders dan voor automobilisten.

3.4. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de bestreden beslissing bevestigen.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 maart 2001.