Bestuursstrafrecht
Gelijkheidsbeginsel: positie buitenlandse diplomaten. Détournement de pouvoir: doel verkeershandhaving en…
Gerechtshof Leeuwarden, 23 september 2010
ECLI:NL:GHLEE:2010:BP5755 · Gerechtshof Leeuwarden · 23 september 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2010-bp5755
Zaakgegevens
Op 23 september 2010 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 september 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200.065.014
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2010:BP5755
Samenvatting
Gelijkheidsbeginsel: positie buitenlandse diplomaten. Détournement de pouvoir: doel verkeershandhaving en justitiebegroting.
Uitspraak
WAHV 200.065.014
23 september 2010
CJIB 132132277
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Assen
van 16 maart 2010
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Assen genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 243,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 36 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2009 om 01.23 uur op de A28 te De Wijk met het voertuig met het kenteken [00-ABA-0].
2. De gemachtigde voert aan dat oplegging van de sanctie in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, aangezien soortgelijke overtredingen door buitenlandse diplomaten vanwege hun diplomatieke onschendbaarheid doorgaans onbestraft blijven. Uit de beantwoording van kamervragen door de Minister van Justitie blijkt dat de Nederlandse regering niet voornemens is dit begunstigende beleid te beëindigen.
Voorts voert de gemachtigde aan dat sprake is van "détournement de pouvoir" nu budgettaire redenen ten grondslag liggen aan de verkeershandhaving en niet de verkeersveiligheid, waarvoor de gehandhaafde regels bedoeld zijn. Een en ander zou blijken uit de uitlatingen van de Minister van Binnenlandse Zaken in het wetgevingsoverleg met de vaste kamercommissie. Een ongecorrigeerd stenogram van dit overleg is bij de stukken gevoegd.
3. Uit de door de betrokkene niet bestreden verklaring van de verbalisant, zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, blijkt genoegzaam dat de gedraging is verricht.
4. Vooropgesteld moet worden dat ook diplomaten zich onverkort dienen te houden aan de wetten en regels van de ontvangende staat. Voor verkeersovertredingen van diplomaten worden dan ook conform het geldende handhavingsbeleid sancties opgelegd. De in het Weens Verdrag inzake de Diplomatieke Betrekkingen neergelegde waarborg van de onafhankelijkheid van diplomaten, brengt echter mee dat deze sancties bij betalingsonwil niet in rechte afdwingbaar zijn. Van enig door de overheid gevoerd begunstigend beleid is dan ook geen sprake, nog daargelaten dat het door de gemachtigde bedoelde onderscheid in afdwingbaarheid van de opgelegde sancties is gerechtvaardigd door de in de internationale betrekkingen noodzakelijk geachte onafhankelijkheid van diplomaten.
5. Aan de in de regelgeving opgenomen snelheidslimieten ligt ten grondslag het belang van de verkeersveiligheid. In dit verband overweegt het hof dat de controle op de snelheid niet alleen van belang kan zijn voor de verkeersveiligheid ter plaatse, maar ook in bredere zin de verkeersveiligheid kan dienen. De wetenschap van weggebruikers dat op verschillende tijden en plaatsen snelheidscontroles kunnen worden gehouden, kan immers gedrag dat in overeenstemming is met de snelheidsregelgeving bevorderen. Het enkele feit dat de verwachte opbrengst van het totale aantal op te leggen sancties in de Justitiebegroting is meegenomen, rechtvaardigt niet de conclusie dat geen enkele sanctie in de betreffende begrotingsperiode met het oog op de verkeersveiligheid is opgelegd. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk gemaakt dat de onderhavige controle en daaruit voortvloeiende sanctieoplegging een ander doel diende dan de handhaving van de verkeersveiligheid.
6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
7. Het hof acht geen termen aanwezig om tot vergoeding van proceskosten over te gaan.
Beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.