Strafrecht overig
De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen, nu niet aannemelijk is…
Gerechtshof Leeuwarden, 3 september 2009
ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6856 · Gerechtshof Leeuwarden · 3 september 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghlee-2009-bj6856
Zaakgegevens
Op 3 september 2009 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 september 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 24-000139-09
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6856
Samenvatting
De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen, nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte voordeel heeft verkregen uit het bewezen verklaarde feit of andere (soortgelijke) feiten.
Uitspraak
Parketnummer: 24-000139-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-756006-05
Arrest van 3 september 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 6 juni 2005, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen:
[verdachte],
geboren op [1944] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft bij voormeld vonnis, bij verstek gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 6 juni 2005 van voormelde politierechter in de strafzaak met parketnummer 17-756006-05, het door veroordeelde uit baten van de door hem gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 4.182,46 en hem de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
Gebruik van het rechtsmiddel
De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op een bedrag van € 4.182,46 en aan verdachte de verplichting oplegt tot betaling van dit bedrag aan de Staat, ter ontneming van dat voordeel.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen en opnieuw recht doen.
Beoordeling van de vordering van het openbaar ministerie
De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-000138-09) ter zake van
onder meer - kort gezegd - het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep, veroordeeld tot straf.
Het hof is van oordeel dat er niet voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde uit voornoemd feit dan wel andere (soortgelijke) feiten wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De vordering moet derhalve worden afgewezen.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
wijst de vordering ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. S.H. Wachter en
mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. E. Hoekstra als griffier.