Strafrecht overig
Het Hof spreekt de verdachte vrij van bedreiging.
Gerechtshof 's-Gravenhage, 30 januari 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1042 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 30 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2012-bw1042
Zaakgegevens
Op 30 januari 2012 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 22-001110-11
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1042
Samenvatting
Het Hof spreekt de verdachte vrij van bedreiging.
Uitspraak
Rolnummer: 22-001110-11
Parketnummer: 09-753493-09
Datum uitspraak: 30 januari 2012
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 18 oktober 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1950,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
doch heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep als postadres opgegeven het kantooradres van zijn raadsman, mr. H.W. van Eeuwijk, Bezuidenhoutseweg 229 te 2594 AL 's-Gravenhage.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 16 januari 2012.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 6 februari 2009 tot en met 9 februari 2009 te Leiden [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] dreigend de woorden toegevoegd: "wie er aan mijn vrouw en kinderen komt, komt aan mij en daar wil ik ook wel vijf jaar met alle plezier voor gaan zitten" en/of "[benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] zijn voor dit alles verantwoordelijk, zij waren de mensen die dit aansturen" en/of "ze moeten [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] maar lek schieten, als ik ze op straat tegenkom", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal (HR 26 januari 2010, LJN: BK2094).
Het hof stelt vast dat de tenlastelegging twee incidenten betreft die op twee verschillende dagen zouden hebben plaats gevonden, alsmede dat van ieder incident één persoon volgens zijn eigen verklaring getuige is geweest.
Voorts heeft de verdachte het ten laste gelegde feit ontkend.
Naar het oordeel van het hof is derhalve niet voldaan aan het bepaalde in artikel 342, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, nu de respectievelijke getuigenverklaringen met betrekking tot de twee in de tenlastelegging genoemde incidenten onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Nu onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is van het aan de verdachte ten laste gelegde feit, dient de verdachte daarvan te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J.G. Göbbels,
mr. G.P.A. Aler en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier R. Luijken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 januari 2012.