Belastingrecht
Hersteluitspraak in verband met ‘vergeten’ oordeel verzoek vergoeding immateriële schade.
ECLI:NL:GHSHE:2024:4068 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/bestuursrecht/belastingrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2024-4068
Zaakgegevens
Op 18 december 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 18 december 2024
- Datum publicatie
- 18 december 2024
- Zaaknummer
- 21/1566 en 21/1567
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Belastingrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2024:4068
Samenvatting
Hersteluitspraak in verband met ‘vergeten’ oordeel verzoek vergoeding immateriële schade.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 november 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:5634Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30 oktober 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3396Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2024:4068
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1215Hoge Raad · 6 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:200
Uitspraak
Inhoudsopgave
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
HERSTELUITSPRAAK
Team belastingrecht
Meervoudige Belastingkamer
Nummers: 21/1566 en 21/1567
Uitspraak gewezen ter verbetering van de schriftelijke uitspraak van 30 oktober 2024 van de meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 4 november 2021, nummers BRE 20/4769 en 20/4770, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de belastingdienst,
hierna: de inspecteur.
1 De uitspraak in dit geding
1. Het hof heeft in bovenvermelde zaak op 30 oktober 2024 uitspraak gedaan.
Het hof heeft, naar aanleiding van een brief van belanghebbende van 8 november 2024, geconstateerd dat in de uitspraak per ongeluk niet is ingegaan op het ter zitting van het hof gedane verzoek om vergoeding van immateriële schade door belanghebbende.
2. Het hof heeft telefonisch contact gehad met belanghebbende, waarbij belanghebbende ook heeft gevraagd om proceskostenvergoeding bij toekenning van het verzoek.
3. Het hof heeft bij brief van 26 november 2024 aan beide partijen laten weten van plan te zijn een hersteluitspraak te doen. Daarbij is aan partijen de tekst zoals die komt te luiden na de hersteluitspraak meegedeeld.
4. De inspecteur is bij brief van 3 december 2024 akkoord gegaan met het doen van de hersteluitspraak. Belanghebbende heeft bij brief van 4 december 2024 aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de hersteluitspraak en heeft daarbij de verwachting uitgesproken dat wegens de toekenning van het verzoek ook het griffierecht wordt vergoed.
5. Herstel van de uitspraak brengt mee dat na r.o. 4.3 de volgende passage wordt toegevoegd:
‘Naar aanleiding van het verzoek om vergoeding van immateriële schade door belanghebbende stelt het hof vast dat de redelijke termijn voor het afdoen van het hoger beroep met 1 jaar is overschreden en dat belanghebbende daarom recht heeft op vergoeding van immateriële schade van 2 x € 500 = € 1.000. Wegens de samenhang van beide zaken wordt deze vergoeding éénmaal toegekend. De vergoeding komt voor rekening van de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid).’
6. De tekst van r.o. 4.6 wordt vervangen door:
‘Het hof ziet aanleiding voor een vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten voor de hogerberoepsfase. De proceskostenvergoeding bedraagt 1 punt x € 875 x 0,25 (gewicht van de zaak) = € 218,75. De proceskostenvergoeding komt voor rekening van de Staat.’
7. De tekst van r.o. 4.5 blijft in stand. Bij een ongegrond hoger beroep met toekenning van vergoeding van immateriële schade kent het hof geen vergoeding van griffierecht toe.
8. Aan r.o. 5 (beslissing) wordt toegevoegd:
‘- veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade, vastgesteld op € 1.000;
- veroordeelt de Staat in de kosten van belanghebbende voor het geding in hoger beroep, vastgesteld op € 218,75.’
2 De beslissing
Het hof verbetert de op 30 oktober 2024 in deze zaken gedane uitspraak op de hiervoor weergegeven wijze.
Deze hersteluitspraak is gedaan door T.A. Gladpootjes, voorzitter, J. Wessels en H.J. Cosijn, in tegenwoordigheid van K.M.J. van der Vorst, griffier.
De griffier, De voorzitter,
K.M.J. van der Vorst T.A. Gladpootjes
Wegens verhindering van de voorzitter is deze uitspraak enkel door de griffier ondertekend.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst. Aan de partij die niet digitaal procedeert, is een afschrift op die datum aangetekend per post verzonden.
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of een ander rechtsmiddel open.