Belastingrecht

Hersteluitspraak, ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1724.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
23/725 hersteluitspraak
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2171
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak, ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1724.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Nummer: 23/725

Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van het hof van 1 juli 2026, nummer 23/725, op het hoger beroep van:

[belanghebbende] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 12 april 2023, nummer BRE 21/656, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk,

hierna: de heffingsambtenaar,

en

de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid),

hierna: de minister.

1 Overwegingen voor herstel

1.1.

Het hof heeft in deze zaak op 1 juli 2026 een uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak). Nadien heeft het hof ambtshalve geconstateerd dat de uitspraak een fout bevat.

1.2.

Aan het slot van de uitspraak is het volgende vermeld:


‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’

1.3.

Achter de zin ‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op’ had ‘1 juli 2026’ moeten staan.

1.4.

Herstel van deze fout brengt mee dat het slot van de uitspraak als volgt komt te luiden:

‘De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026

en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.’

2 Beslissing

Het hof:

herstelt de uitspraak van 1 juli 2026, nummer 23/725, op de hiervoor in onderdeel 1.4 vermelde wijze.

Deze hersteluitspraak is gedaan door M.E. Smorenburg, voorzitter, B.J. Rubbens en P.J. Wattel, in tegenwoordigheid van J.H.M. van Ooijen, als griffier.

Deze hersteluitspraak is in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst.

De uitspraak is alleen door de voorzitter ondertekend aangezien de griffier is verhinderd deze te ondertekenen.

De griffier, De voorzitter,

J.H.M. van Ooijen M.E. Smorenburg

Het aanwenden van een rechtsmiddel

Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of een ander rechtsmiddel open.

Artikel 8:77, lid 1, letter e, Algemene wet bestuursrecht. Hoge Raad 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449.