Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep kort geding · Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4891 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghshe-2018-4891
Zaakgegevens
Op 27 november 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 27 november 2018
- Datum publicatie
- 27 november 2018
- Zaaknummer
- 200.237.758_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A. Wijnands te Schinnen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4891
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
nietig herstelexploot
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2018:4891
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2401
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.237.758/01
arrest van 27 november 2018
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellante,
advocaat: mr. R.A. Wijnands te Schinnen,
tegen
[geïntimeerde] ,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of elders,
geïntimeerde,
niet verschenen,
op het bij exploot van dagvaarding van 9 april 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 maart 2018, gewezen tussen appellante als eiseres en geïntimeerde als gedaagde.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/246588 / KG ZA 18-89)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
-
het herstelexploot van 20 juli 2018.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
3 De beoordeling
Appellante heeft geïntimeerde bij voormeld exploot gedagvaard om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 10 juli 2018. Omdat geïntimeerde geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in Nederland of elders, diende de betekening van de appeldagvaarding op grond van het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv te geschieden aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij het gerecht waar de zaak moet dienen of dient, derhalve aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij dit gerechtshof (het ressortsparket). Het exploot van 9 april 2018 is echter betekend aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Limburg, locatie Maastricht. Omdat daarom sprake was van een betekeningsgebrek, is appellante op de rol van 10 juli 2018 in de gelegenheid gesteld om dat gebrek te herstellen door het uitbrengen van een herstelexploot.
Het hof constateert dat het herstelexploot op 20 juli 2018 is uitgebracht aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank Oost-Brabant, locatie
's-Hertogenbosch, en niet conform het bepaalde in artikel 54 lid 2 Rv aan het ressortsparket bij dit gerechtshof. Er is daarom sprake van een nietig herstelexploot.
Nu niet aannemelijk is dat het herstelexploot van 20 juli 2018 geïntimeerde als gevolg van dat gebrek niet heeft bereikt, zal appellante op de voet van artikel 121 lid 2 Rv, in de gelegenheid worden gesteld andermaal een herstelexploot te doen uitbrengen. Het hof zal, rekening houdend met de termijn van artikel 115 lid 2 Rv, een nieuwe roldatum bepalen waartegen geïntimeerde door appellante dient te worden opgeroepen. Een uittreksel van het herstelexploot dient conform het bepaalde in artikel 54 lid 2, laatste volzin, Rv te worden gepubliceerd in de Staatscourant. De kosten van het herstelexploot en van de nieuwe publicatie zijn en blijven voor rekening van appellante.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 12 maart 2019;
beveelt appellante om deze roldatum bij exploot aan geïntimeerde aan te zeggen met herstel van het gebrek in het herstelexploot van 20 juli 2018 op kosten van appellante;
bepaalt dat appellante het herstelexploot op de rol van 12 maart 2019 bij akte in het geding zal brengen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 november 2018.
griffier rolraadsheer