Burgerlijk procesrecht
Vervolg van ECLI:NL:GHSHE:2020:1144. Geïntimeerde ziet alsnog af van het instellen van incidenteel hoger beroep.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 juni 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1907 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghshe-2020-1907
Zaakgegevens
Op 23 juni 2020 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 23 juni 2020
- Datum publicatie
- 23 juni 2020
- Zaaknummer
- 200.270.328_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.E. Jansen te Veghel
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2020:1907
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolg van ECLI:NL:GHSHE:2020:1144. Geïntimeerde ziet alsnog af van het instellen van incidenteel hoger beroep.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBZWB:2019:2598Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1144Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2020:1907
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.270.328/01
arrest van 23 juni 2020
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als: [appellant] ,
niet verschenen,
tegen
1 [geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde sub 1 in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J.E. Jansen te Veghel,
hierna aan te duiden als: [geïntimeerde 1] ,
2. [geintimeerde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde sub 2 in principaal hoger beroep,
niet verschenen,
3. [geintimeerde 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde sub 3 in principaal hoger beroep,
niet verschenen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 31 maart 2020 in het hoger beroep van het vonnis met zaaknummer/rolnummer C/02/356631 / KG ZA 19-161 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 11 juni 2019, gewezen tussen appellant als eiser in conventie tevens verweerder in reconventie, geïntimeerde sub 1 als gedaagde in conventie tevens eiser in reconventie en geïntimeerden sub 2 en 3 als gedaagden in conventie.
4 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenarrest van 31 maart 2020;
-
het H16-formulier voor de rol van 28 april 2020 van [geïntimeerde 1] .
Het hof heeft een datum bepaald voor arrest.
5 De verdere beoordeling
in principaal en incidenteel hoger beroep
In genoemd tussenarrest heeft het hof [geïntimeerde 1] in principaal hoger beroep ontslagen van de instantie en, omdat hij had laten weten incidenteel appel te willen instellen, de zaak verwezen naar de rol van 28 april 2020 voor memorie van grieven in incidenteel hoger beroep. De in rechtsoverweging 2.6 aangekondigde proceskostenveroordeling is per abuis niet in het dictum opgenomen.
In zijn H16-formulier voor de rol van 28 april 2020 heeft [geïntimeerde 1] het hof laten weten dat hij heeft besloten af te zien van het instellen van incidenteel hoger beroep en dat hij dientengevolge ook geen memorie van grieven in incidenteel beroep zal indienen. Hij heeft verzocht om thans een eindarrest te wijzen bij gelegenheid waarvan [appellant] wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Aangezien [geïntimeerde 1] op de rol van 28 april 2020 heeft medegedeeld dat hij in incidenteel hoger beroep geen memorie van grieven zal indienen, zal hij in incidenteel appel niet-ontvankelijk worden verklaard. Wat betreft het principaal hoger beroep is de instantie voor [geïntimeerde 1] al geëindigd aangezien hij in het tussenarrest in zoverre van de instantie is ontslagen. Het hof zal in het dictum alsnog de proceskostenveroordeling opnemen die in het tussenarrest was aangekondigd.
6 De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
verklaart [geïntimeerde 1] niet-ontvankelijk in het incidenteel appel;
veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde 1] op € 101,05 voor de kosten van het anticipatie-exploot, op € 324,00 voor griffierecht en op € 537,00 (½ punt liquidatietarief II) voor salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, A.J. Henzen en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 juni 2020.
griffier rolraadsheer