Burgerlijk procesrecht
Herstelarrest op de voet van artikel 31 Rv omdat in het tussen partijen gewezen voorafgaand eindarrest…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 september 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2460 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep-kort-geding/ecli-nl-ghshe-2025-2460
Zaakgegevens
Op 9 september 2025 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 9 september 2025
- Datum publicatie
- 9 september 2025
- Zaaknummer
- 200.344.668_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroep kort gedingHoger beroep kort gedingHet gerechtshof beoordeelt opnieuw een spoedzaak waarin de voorzieningenrechter al een voorlopig oordeel gaf.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Vong te Rijen, mr. J. Boogaers te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2025:2460
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelarrest op de voet van artikel 31 Rv omdat in het tussen partijen gewezen voorafgaand eindarrest (ECLI:NL:GHSHE:2025:1761) een onjuist bedrag is vermeld.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.344.668/01
arrest van 9 september 2025 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 24 juni 2025
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
Gardenvision B.V.,
gevestigd te Gilze,
appellante,
hierna aan te duiden als Gardenvision,
advocaat: mr. D. Vong te Rijen,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te Oud Gastel,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde],
advocaat: mr. J. Boogaers te Rotterdam.
Overwegingen:
Bij brief van 8 augustus 2025 heeft mr. Vong aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat het arrest van 24 juni 2025 een kennelijke fout bevat. Volgens mr. Vong is in de overwegingen 6.3.1 en 6.5.2 en in het dictum een onjuist bedrag vermeld ter zake de proceskostenveroordeling die in eerste aanleg is uitgesproken, en is als gevolg daarvan Bijl veroordeeld om een onjuist bedrag (€ 1.065,-- terwijl dat € 1.605,-- moet zijn) aan Gardenvision te restitueren.
Bij brief van 12 augustus 2025 is mr. Boogaers in de gelegenheid gesteld namens zijn cliënt zijn mening hierover aan het hof kenbaar te maken. Mr. Boogaers heeft van die mogelijkheid binnen de hem gestelde termijn van twee weken geen gebruik gemaakt.
Het hof stelt voorop dat Gardenvision in het beroepen kortgedingvonnis in eerste aanleg is veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Bijl zijn daarbij in het kortgedingvonnis begroot op € 1.605,--.
In het arrest van 24 juni 2025 heeft het hof geoordeeld, voor zover nu van belang:
-
dat de proceskosten van het geding in eerste aanleg alsnog gecompenseerd moeten worden;
-
dat de vordering van Gardenvision tot veroordeling van Bijl tot terugbetaling van het door Gardenvision op grond van het beroepen vonnis betaalde proceskostenbedrag dus toewijsbaar is.
Op grond van dat oordeel heeft het hof in het dictum van het arrest Bijl veroordeeld om het op grond van het beroepen vonnis door Gardenvision betaalde proceskostenbedrag aan Gardenvision terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 april 2024 tot aan de dag van de terugbetaling.
Mr. Vong heeft terecht opgemerkt dat het hof daarbij in de overwegingen 6.3.1 en 6.5.2 en in het dictum van het arrest ten onrechte als proceskosten van het geding in eerste aanleg een bedrag van € 1.065,-- heeft vermeld, terwijl hier € 1.605,-- had moeten worden vermeld. Dit betreft een kennelijke schrijffout in de zin van artikel 31 lid 1 Rv, die zich voor eenvoudig herstel leent.
Het hof zal het arrest van 24 juni 2025 daarom op de navolgende wijze verbeteren.
Het hof:
bepaalt dat in de rechtsoverwegingen 6.3.1. en 6.5.2 en in het dictum van het tussen Gardenvision en Bijl gewezen arrest van 24 juni 2025 de vermelding van het bedrag € 1.065,-- moet worden verbeterd en gewijzigd in € 1.605,--;
bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 9 september 2025 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 24 juni 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, J.B. Smits en C.B.M. Scholten van Aschat en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 september 2025.
griffier rolraadsheer