Burgerlijk procesrecht
procesvertegenwoordiger onttrokken, niet-ontvankelijk
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 januari 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:195 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2023-195
Zaakgegevens
Op 24 januari 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 januari 2023
- Datum publicatie
- 24 januari 2023
- Zaaknummer
- 200.315.788_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W.J Soetekouw te Eindhoven (onttrokken), mr. B Poort te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2023:195
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
procesvertegenwoordiger onttrokken, niet-ontvankelijk
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.315.788/01
arrest van 24 januari 2023
in de zaak van
[appellante] ,
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante],
advocaat: mr. R.W.J. Soetekouw te Eindhoven (onttrokken),
tegen
Stichting Woonbedrijf SWS.HHVL,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Woonbedrijf,
advocaat: mr. B. Poort te Eindhoven,
op het bij exploot van dagvaarding van 7 september 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 21 juli 2022, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen [appellante] als gedaagde en Woonbedrijf als eiseres.
1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9831675 CV EXPL 22-2617)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2 Het geding in hoger beroep
[appellante] heeft bij voormeld exploot Woonbedrijf opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 27 september 2022, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
Op de rol van 22 november heeft de advocaat van [appellante] zich middels een H2-formulier aan de zaak onttrokken. Op diezelfde rol is de zaak gezet voor de proceshandeling stellen nieuwe procesvertegenwoordiger. Omdat verzuimd is [appellante] voor deze proceshandeling een termijn van twee weken te geven, is de zaak vervolgens alsnog op de voet van artikel 6.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (LPR) verwezen naar de rol van 27 december 2022 voor stellen procesvertegenwoordiger appellante. Op die rol heeft zich voor [appellante] geen nieuwe advocaat gesteld.
Bij H16-formulier voor de rol van 6 december 2022 verzoekt Woonbedrijf het hof arrest te wijzen dan wel de zaak voor memorie van grieven te zetten. Woonbedrijf geeft aan dat [appellante] inmiddels is ontruimd en dat de huurachterstand niet is voldaan of ingelopen.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
3 De beoordeling
Het hof ziet aanleiding de zaak naar de rol van 7 maart 2023 te verwijzen voor memorie van grieven, ambtshalve peremptoir.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 7 maart 2023 voor memorie van grieven, ambtshalve peremptoir;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 januari 2023.
griffier rolraadsheer