Civiel recht overig
Asbest in dak loods en woonhuis.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21 oktober 2008
ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ6354 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 oktober 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2008-bq6354
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2008 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HD 103.005.296 T1
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.E Benner, mr. L.E.J Jonker
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ6354
Samenvatting
Asbest in dak loods en woonhuis.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 oktober 2008deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ6354
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 maart 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6355Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 september 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6356Hoge Raad · 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ1693Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juli 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1693
Uitspraak
zaaknr. HD 103.005.296
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
sector civiel recht,
tweede kamer, van 21 oktober 2008,
gewezen in de zaak van:
1. [A.],
2. [B.],
wonende te [woonplaats],
appellanten in principaal appel bij exploot van dagvaarding van 12 juli 2007,
geïntimeerden in voorwaardelijk incidenteel appel,
advocaat: mr. J.E. Benner,
tegen:
1. [C.],
2. [D.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in principaal appel bij gemeld exploot,
appellanten in voorwaardelijk incidenteel appel,
advocaat: mr. L.E.J. Jonker,
op het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht gewezen vonnissen van 17 mei 2006 en 2 mei 2007 tussen principaal appellanten – hierna: [A.] c.s. - als gedaagden en principaal geïntimeerden – hierna: [C.] c.s. - als eisers.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 101402/HA ZA 05-488)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij memorie van grieven hebben [A.] c.s. vier grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van de vonnissen waarvan beroep en, kort gezegd, tot afwijzing van de vorderingen van [C.] c.s., met veroordeling van [C.] c.s. in de kosten van beide instanties.
2.2. Bij memorie van antwoord hebben [C.] c.s. de grieven bestreden. Voorts hebben [C.] c.s. voorwaardelijk incidenteel appel ingesteld, daarin twee grieven aangevoerd en geconcludeerd kort gezegd, tot, indien de primaire vorderingen van [C.] c.s. in het principaal appel alsnog moeten worden afgewezen, toewijzing van hun subsidiaire vorderingen, met (hoofdelijke) veroordeling van [A.] c.s. in de kosten van het hoger beroep.
2.3. [A.] c.s. hebben in voorwaardelijk incidenteel appel geantwoord.
2.4. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
3. Ontvankelijkheid
3.1. Uit de stukken van het geding in eerste aanleg (proces-verbaal van comparitie na antwoord, gehouden op 20 december 2005) is het hof gebleken dat geïntimeerde in het principaal appel sub 1, [C.] (hierna: [C.]) is overleden. [A.] c.s. hebben echter in appel, naast geïntimeerde sub 2([D.]), niet de erfgenamen van [C.] gedagvaard, maar [C.], terwijl, indien een partij in de loop van het geding in eerste aanleg is overleden en dit geding op diens naam is voortgezet, het daaropvolgend hoger beroep niet door of tegen die partij maar door of tegen diens erfgenamen dient te worden ingesteld (vgl. onder meer HR 19 maart 2004, NJ 2004, 619).
3.2. Uit het feit dat mevrouw [D.] tijdens de comparitie na antwoord (waarbij ook haar dochter aanwezig was) zelf mededeling van het overlijden van haar man heeft gedaan en vervolgens geen schorsing van de procedure heeft gevraagd maar het geding op naam van zichzelf en op naam van haar echtgenoot heeft voortgezet, hebben [A.] c.s. wellicht afgeleid dat [D.] verder mede namens de (mede)erfgenamen de procedure heeft vervolgd. Met die gedachte lijkt ook in overeenstemming te zijn dat [D.] in hoger beroep op gelijke wijze (namelijk op naam van zichzelf en van die van haar overleden echtgenoot) procureur heeft gesteld en voorwaardelijk incidenteel appel heeft ingesteld tegen de in principaal appel bestreden vonnissen, waarbij er van de zijde van geïntimeerden kennelijk van is uitgegaan dat de procedure in hoger beroep mede op naam van [C.] kon worden gevoerd en de belangen van de erfgenamen van [C.] door voortzetting van de procedure op zijn naam gewaarborgd konden worden.
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen om [D.] in de gelegenheid te stellen zich erover uit te laten of zij inderdaad zowel voor zichzelf als voor de (mede)erfgenamen van haar overleden echtgenoot beoogt te procederen en in dat geval een verklaring van de erfgenamen van die strekking over te leggen.
3.3. Iedere verdere beslissing in het principaal en in het incidenteel appel wordt aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
op het principaal en incidenteel appel:
verwijst de zaak naar de rol van 4 november 2008 om [D.] in de gelegenheid te stellen zich uit te laten omtrent de hiervoor onder 3.2 vermelde kwestie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman, Venhuizen en Van Laarhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 21 oktober 2008.