Civiel recht overig
Asbest in dak loods en woonhuis. Voortzetting van tussenuitspraak van 21 oktober 2008 LJN BQ6354
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 maart 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6355 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2009-bq6355
Zaakgegevens
Op 3 maart 2009 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- HD 103.005.296 T2
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.H van Muijen, mr. J.L.H Holthuijsen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6355
Samenvatting
Asbest in dak loods en woonhuis.
Voortzetting van tussenuitspraak van 21 oktober 2008 LJN BQ6354
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 oktober 2008
ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ6354Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 maart 2009deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6355
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 september 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BQ6356Hoge Raad · 8 juli 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ1693Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juli 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1693
Uitspraak
zaaknr. HD 103.005.296
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
sector civiel recht,
tweede kamer, van 3 maart 2009,
gewezen in de zaak van:
1. [A.],
2. [B.],
wonende te [woonplaats],
appellanten in principaal appel bij exploot van dagvaarding van 12 juli 2007,
geïntimeerden in voorwaardelijk incidenteel appel,
advocaat: mr. R.H. van Muijen,
tegen:
1. [C.],
2. [D.],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden in principaal appel bij gemeld exploot,
appellanten in voorwaardelijk incidenteel appel,
advocaat: mr. J.L.H. Holthuijsen,
op het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht gewezen vonnissen van 17 mei 2006 en 2 mei 2007 tussen principaal appellanten – hierna: [A.] c.s. - als gedaagden en principaal geïntimeerden – hierna: [C.] c.s. - als eisers,
ten vervolge op het in deze zaak gewezen tussenarrest van 21 oktober 2008.
5. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
5.1. Na het tussenarrest van 21 oktober 2008 heeft geïntimeerde sub 2.(hierna: [D.]), een akte na tussenarrest genomen, waarna [A.] c.s. een antwoordakte hebben genomen.
5.2. Daarna hebben de partijen de procesdossiers voor uitspraak overgelegd.
6. De verdere beoordeling
6.1. In voormeld tussenarrest heeft het hof geoordeeld dat uit de stukken van het geding in eerste aanleg (proces-verbaal van comparitie na antwoord, gehouden op 20 december 2005), is gebleken dat geïntimeerde in het principaal appel sub 1, [C.] (hierna: [C.]) is overleden. Het hof heeft geïntimeerde sub 2 in het principaal arrest, [D.], vervolgens in de gelegenheid gesteld zich erover uit te laten of zij zowel voor zichzelf als voor de (mede)erfgenamen van haar overleden echtgenoot beoogt te procederen en in dat geval een verklaring van de erfgenamen van die strekking over te leggen.
6.2. [D.] heeft bij akte na tussenarrest te kennen gegeven dat zij in hoger beroep enkel en alleen voor zichzelf heeft geprocedeerd en niet mede op naam van de erfgenamen van [C.]. Zij concludeert dat het hof [A.] c.s. niet-ontvankelijk dient te verklaren in het hoger beroep tegen [C.] en dat die niet-ontvankelijkheid zich ook dient uit te strekken tot het hoger beroep voor zover gericht tegen [D.], omdat het hier om een ondeelbare rechtsverhouding gaat en de exceptio plurium litis consortium geldt.
6.3. Het hof merkt op dat dit standpunt van [D.] haaks staat op het feit dat zich, op de aan [D.] en [C.] tezamen uitgebrachte dagvaarding in hoger beroep, ter rolle van 24 juli 2007 uitdrukkelijk voor beide geïntimeerden een procureur heeft gesteld, deze procureur namens beide geïntimeerden een memorie van antwoord heeft genomen en namens beide geïntimeerden in incidenteel appel grieven heeft aangevoerd.
6.4. Deze en de in r.o. 3.2 van het tussenarrest van 21 oktober 2008 genoemde omstandigheden brengen mee dat, naar het oordeel van het hof, in dit geval het beroep van[D.] op niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Voor zover [D.] thans in afwijking van de eerder door haar gewekte indruk stelt dat zij in hoger beroep niet mede namens de erfgenamen heeft kunnen procederen, wordt naar het oordeel van het hof aan de belangen van de erfgenamen voldoende recht gedaan indien zij door [A.] c.s. alsnog in hoger beroep worden opgeroepen en in de gelegenheid worden gesteld zich over de tot nu toe gewisselde standpunten uit te laten.
Het hof zal [A.] c.s. dan ook in de gelegenheid stellen de erfgenamen alsnog in het geding in hoger beroep op te roepen (eventueel op de wijze als voorzien in art. 53 Rv), waarna de erfgenamen zich bij akte uit kunnen laten over de tot nu toe gewisselde standpunten.
6.5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
7. De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 14 april 2009 om [A.] c.s. in de gelegenheid te stellen bij exploot de erfgenamen van geïntimeerde sub 1, wijlen [C.], op te roepen teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten als in r.o. 6.4 nader aangegeven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman, Venhuizen en Van Laarhoven en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 3 maart 2009.