Civiel recht overig
onrechtmatige daad; aansprakelijkheid
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 november 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4862 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2016-4862
Zaakgegevens
Op 1 november 2016 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 1 november 2016
- Datum publicatie
- 1 november 2016
- Zaaknummer
- 200.191.564_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.M van der Marel te Eindhoven, mr. G.E.M.C Reinartz te Eindhoven
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2016:4862
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
onrechtmatige daad;
aansprakelijkheid
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 november 2016deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2016:4862
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5474Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:415Hoge Raad · 15 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:921Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.191.564/01
arrest van 1 november 2016
in de zaak van
[opposant] ,
wonende te [woonplaats] ,
opposant,
appellant in het (voorwaardelijke) incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [opposant] ,
advocaat: mr. M.M. van der Marel te Eindhoven,
tegen
[geopposeerde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geopposeerde,
geïntimeerde in het (voorwaardelijke) incidenteel appel,
hierna aan te duiden als [geopposeerde] ,
advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven,
op het bij exploot van 3 mei 2016 ingeleide verzet tegen het onder nummer 200.159.131/01 bij verstek gewezen arrest van dit hof van 22 maart 2016 tussen opposant – [opposant] – als geïntimeerde in principaal appel en geopposeerde – [geopposeerde] – als appellante in principaal appel.
1 Het arrest van 22 maart 2016
Bij genoemd arrest heeft het hof het bestreden vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 19 juni 2014 vernietigd en [opposant] veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 7.035,69, vermeerderd met de wettelijke rente en [opposant] veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.
2 Het geding in verzet
Bij voormelde verzetdagvaarding tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel appel heeft [opposant] geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis van 19 juni 2014 en in (voorwaardelijk) incidenteel appel tot veroordeling van hem tot betaling aan [geopposeerde] van een bedrag van € 2.495,26, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van de procedure.
Bij memorie van antwoord in het (voorwaardelijk) incidenteel appel heeft [geopposeerde] geconcludeerd tot afwijzing van de eisen van [opposant] in (voorwaardelijk) incidenteel appel, met veroordeling van [opposant] in de kosten van het (voorwaardelijk) incidenteel appel.
3 De beoordeling
Alvorens op de zaak zelf in te gaan overweegt het hof het volgende.
De stukken genoemd in r.o. 2 van het verstekarrest van dit hof van 22 maart 2016 ontbreken (te weten de dagvaarding in hoger beroep en de memorie van grieven met producties), evenals de stukken van de eerste aanleg.
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen teneinde de meest gerede partij in de gelegenheid te stellen voormelde ontbrekende stukken alsnog over te leggen. Indien deze stukken niet binnen de na te melden termijn aan het hof zijn overgelegd, zal het hof de zaak ambtshalve doorhalen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4 De uitspraak
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 15 november 2016 met het hiervoor onder 3.1.2. aangegeven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, M.G.W.M. Stienissen en A.J. Henzen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 1 november 2016.
griffier rolraadsheer