Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet…
ECLI:NL:PHR:2018:415 · Parket bij de Hoge Raad · 20 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2018-415
Zaakgegevens
Op 20 april 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 april 2018
- Datum publicatie
- 30 april 2018
- Zaaknummer
- 18/01038
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2018:415
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Art. 30c lid 1 Rv; art. 407 lid 3 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Procesinleiding niet ingediend langs elektronische weg. Geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen in procesinleiding.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 november 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4862Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5474Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2018deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2018:415
Hoge Raad · 15 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:921Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Inhoudsopgave
18/01038
mr. G.R.B. van Peursem
20 april 2018
Conclusie inzake:
[eiser]
eiser tot cassatie,
(hierna: [eiser] ),
tegen
Enexis B.V.,
verweerster in cassatie,
(hierna: Enexis).
1. [eiser] heeft bij een op 12 maart 2018 bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen procesinleiding met het opschrift “cassatiedagvaarding” beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof ‘s-Hertogenbosch van 12 december 2017 met zaaknummer 200.191.564/01. In dit arrest is bekrachtigd het bij verstek gewezen arrest van hetzelfde hof van 22 maart 2016, waarbij het hof het vonnis waarvan beroep heeft vernietigd en [eiser] heeft veroordeeld tot betaling aan Enexis van een bedrag van € 7.035,65, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
2 De procesinleiding is ingediend en ondertekend door mr. M.M. van der Marel, die geen advocaat bij de Hoge Raad is.
3 Bij brief van 13 maart 2018 is [eiser] door de griffie van de Hoge Raad onder meer bericht dat de procesinleiding niet is ingediend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat een advocaat bij de Hoge Raad alsnog dezelfde procesinleiding getekend indient binnen twee weken na de datum waarop de procesinleiding door de griffie van de Hoge Raad is ontvangen (i.e. uiterlijk op 26 maart 2018).
4 Tot op heden is door [eiser] geen procesinleiding ingediend die is ondertekend door een cassatieadvocaat. Zodoende is dit verzuim niet tijdig hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van art. 407 lid 3 Rv, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid moet leiden.
5 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
Advocaat-Generaal