Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…

Hoge Raad, 6 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2017
Datum publicatie
5 oktober 2017
Zaaknummer
17/03583
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.H. Sligchers.
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2557
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 augustus 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1017
  2. Hoge Raad · 6 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2557

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

6 oktober 2017

Eerste Kamer

17/03583

EV/AR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H. Sligchers.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 154379 RK 17/307 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 mei 2017;

b. het arrest in de zaak 200.216.342/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 21 juli 2017 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoeker] in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 6 oktober 2017.